• - De inwoner met een beperking kan in aanmerking komen voor een verbouwing of een hulpmiddel om de woning goed te kunnen gebruiken, als:
    • - het normale gebruik van de woning niet mogelijk is door de beperking van de inwoner; en
    • - verhuizing naar een geschikte woning niet mogelijk is of duurder is dan de verbouwing of het hulpmiddel.
  • - Het effect hiervan is dat de woning voor de inwoner bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar gemaakt wordt.
  • - Als verhuizing voorgaat, dan kan de inwoner in aanmerking komen voor een geldbedrag voor de verhuizing en inrichting van een geschikte woning. Deze tegemoetkoming in de verhuiskosten is € 2.500.
  • - Als de inwoner zijn hoofdverblijf in een Wlz-instelling heeft, kan één woning bezoekbaar worden gemaakt voor maximaal € 2.500.
  • - De inwoner kan geen woonvoorziening krijgen in de volgende situaties:
    • - De belemmeringen die de inwoner in de woning ervaart, zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt;
    • - De woonvoorziening is bedoeld voor aanpassing van een gemeenschappelijke ruimte in een wooncomplex;
    • - Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden;
    • - De inwoner is verhuisd vanuit een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning en er was geen belangrijke reden voor de verhuizing;
    • - De inwoner is verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om de beperkingen van de inwoner te verminderen of weg te nemen, tenzij de gemeente daar toestemming voor heeft gegeven;
    • - De belemmeringen die de inwoner ervaart, zijn het gevolg van de bouwkundige of woon-technische staat van de woning. Daaronder valt ook de toegankelijkheid van de woning;
    • - De noodzaak voor een woonvoorziening is het gevolg van achterstallig onderhoud aan de woning;
    • - De gevraagde voorziening is alleen maar gericht op renovatie of aanpassing aan de eisen van de tijd;
    • - De gevraagde voorziening is niet grotendeels op de inwoner gericht;
    • - De inwoner heeft zijn hoofdverblijf niet of zal zijn hoofdverblijf niet hebben in de woning waarvoor de woonvoorziening wordt gevraagd;
    • - De inwoner woont in een woonruimte die niet geschikt is voor permanente bewoning zoals hotels/pensions, (trekkers)woonwagens, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen en gehuurde kamers, ADLclusterwoning of een woonruimte waarvoor de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen;
    • - Als de inwoner een Wlz-indicatie heeft en op de wachtlijst staat voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wlz;
    • - Voorzover het voorzieningen in woongebouwen betreft die specifiek gericht zijn op ouderen of mensen met beperkingen.
  • - De eigenaar-inwoner die een woningaanpassing heeft ontvangen wordt gevraagd om dit bij verkoop van de woning zo snel mogelijk te melden aan de gemeente.