**1..** Geen andere rente wordt bedongen of gegarandeerd, dan de algemeen geldende hypotheekrente of de rente, welke de gemeente zelf op het tijdstip van de kredietverlening of van de garantieverklaring van door haar te sluiten geldleningen met eenzelfde looptijd als die van de hypothecaire geldlening verschuldigd is of zou zijn.
**2..** Gedurende de looptijd van de geldlening kunnen burgemeester en wethouders desgevraagd de hypotheekrente éénmaal aanpassen, echter alleen in het geval, dat het verschil tussen de op dat moment geldende en de nieuw aan te bieden rente 1% of meer bedraagt.
**3..** De krachtens het tweede lid nieuw aan te bieden rente dient gelijk te zijn aan het effectieve rentepercentage dat de gemeente zelf verschuldigd is voor geldleningen met een overeenkomstige looptijd op het tijdstip van het ontvangen van het verzoek om rente-aanpassing.
**4..** Indien gebruik wordt gemaakt van de in het tweede lid neergelegde bevoegdheid en er sprake is van een aflossing bij wijze van annuïteit, zullen burgemeester en wethouders een nieuwe annuïteit vaststellen, gebaseerd op de op dat moment resterende looptijd.