Naar hoofdinhoud
1.. De aflossing dient te geschieden in gelijke termijnen of op annuïteitsbasis. 2.. Bij aflossing van de lening kan voor dezelfde woning geen beroep meer worden gedaan op deze financieringsregeling, tenzij sprake is van verbouw. 3.. De geldnemer is bevoegd extra aflossingen te verrichten. De extra aflossingen dienen tenminste duizend gulden te bedragen. Indien ten tijde van een extra aflossing het effectieve rentepercentage dat de gemeente zelf verschuldigd is voor geldleningen met een overeenkomstige looptijd lager is dan de met de geldnemer overeengekomen rente, is over de extra aflossing een boete verschuldigd. Deze boete bedraagt 5% van het extra af te lossen bedrag. Indien deze boete verschuldigd is, wordt ze geacht steeds in de wegens extra aflossing ontvangen bedragen te zijn begrepen. Géén boete wegens extra aflossing is verschuldigd: indien ten tijde van de extra aflossing het effectieve rente-percentage dat de gemeente zelf verschuldigd is voor geldleningen met een overeenkomstige looptijd hoger is dan de met de geldnemer overeengekomen rente; indien wordt afgelost binnen zes maanden na het overlijden van de geldnemer; indien algeheel wordt afgelost ten gevolge van verkoop en levering van het verbonden onroerend goed; indien de gemeente op grond van artikel 9, lid 1 tot beëindiging van de lening besluit. 4.. Voorzover deze lening op basis van annuïteiten wordt afgelost, zal na een extra aflossing - niet zijnde een algehele aflossing - altijd de annuïteit worden herberekend op basis van de resterende looptijd van de lening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel