Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstuk 4.1 zijn ook van toepassing.
Stedenbouwkundige uitgangspunten
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
Raakvlakken
1.5-1
Langs de watergang dienen geen, of in ieder geval zo min mogelijk, objecten te worden geplaatst die het beheer en onderhoud van de oever belemmeren.
Bomen, heesters, OV, straatmeubilair
1.5-2
Er dient aandacht te worden besteed aan de landschappelijke waarde en kwaliteit, de ecologische verbinding tussen land en water en de vergroting van de biodiversiteit.
Uitgangspunten ontwerp en inrichting
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
1.5-3
Naast de watergang is een schouwpad vereist van ten minste 5,0 m breed.
Dit in verband met de werkbreedte van de onderhoudsvoertuigen.
1.5-4
Grond die aangevoerd of afgevoerd dient te worden t.b.v. oever dient vrij te zijn van invasieve soorten.
1.5-5
Aangevoerde grond dient maximaal 2% humus te bevatten.
1.5-6
Aangevoerde grond dient puinvrij te zijn.
Uitgangspunten uitvoering en onderhoud
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
1.5-7
Zie uitgangspunten 4.1.3.3 Bloemenweides/hooibermen.
1.5-8
Gefaseerd maaibeheer toepassen
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1.5