Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstukken 4.1 en 4.1.5 zijn ook van toepassing.
Oevervegetatie betreft de vegetatie vanaf de waterlijn tot aan de bovenkant van het talud.
Stedenbouwkundige uitgangspunten
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
1.5.2-1
Oevervegetatie alleen toepassen als er daarvoor een goede oever aanwezig is. Eventueel in combinatie met het aanpassen van de oever.
Hoe flauwer hoe meer verschillende soorten toepassen.
1.5.2-2
Natuurvriendelijke oevers alleen maken als er voldoende ruimte is voor flauwe taluds (1:4 of flauwer).
1.5.2-3
Natuurvriendelijke oevers zo veel mogelijk georiënteerd richting het zuiden aanleggen.
Uitgangspunten ontwerp en inrichting
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
1.5.2-4
Natuurlijke ontwikkeling van vegetatie heeft de voorkeur boven aanplanten of inzaaien.
1.5.2-5
Bij inzaaien alleen gebiedseigen zaad toepassen.
Uitgangspunten uitvoering en onderhoud
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
1.5.2-6
Zie uitgangspunten hoofdstuk 4.1.3.3 Bloemenweides/hooibermen.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.5.1
Artikel 4.1.5.2