Toegankelijkheid is een essentieel uitgangspunt bij het ontwerp en de inrichting van de openbare ruimte. In dit gebied streven we naar een inclusieve omgeving waarin iedereen zich zelfstandig, veilig en comfortabel kan verplaatsen ongeacht leeftijd, mobiliteit of beperking.
Daarom gelden de volgende uitgangspunten:
Drempelloze overgangen tussen verhardingen, met minimale hoogteverschillen.
Vlakke, stabiele en goed beloopbare bestrating, zonder losse of verzakte elementen.
Tastbare geleidelijnen en herkenbare oversteekplaatsen op logische plekken.
Voldoende rustpunten (zoals banken) op looproutes, met aandacht voor zichtlijnen en beschutting.
Goede verlichting en overzichtelijke inrichting, ook in de avonduren.
Heldere en begrijpelijke bewegwijzering, afgestemd op verschillende doelgroepen (voetgangers, fietsers, bezoekers met een visuele of cognitieve beperking).
Geen hinderlijke objecten op loop- en fietsroutes, zoals paaltjes, keien of onnodige obstakels die de doorgang belemmeren.
Voldoende vrije ruimte voor het veilig passeren met een scootmobiel, driewielfiets of kinderwagen. Toegankelijkheid is geen optionele toevoeging, maar een integraal onderdeel van kwaliteit. Bij elke ontwerpkeuze wordt daarom expliciet getoetst of deze bijdraagt aan een toegankelijke en gebruiksvriendelijke openbare ruimte.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.6