Naar hoofdinhoud
De LIOR is top-down samengesteld. Dit houdt in dat op hoofdstukniveau eisen en randvoorwaarden worden omgeschreven die gelden voor de onderliggende deelhoofdstukken. De volgende bronnen, richtlijnen en wet- en regelgeving zijn van toepassing. Standaard RAW-bepalingen 2020 Handboek Bomen 2022, Norminstituut bomen (zie Bijlage 2 – Handboek Bomen 2022), of de nieuwste versie van het Handboek Bomen. https://www.norminstituutbomen.nl/instrumenten/handboek-bomen/ Omgevingswet-Gedragscode Soortbescherming Gemeenten Bij het gebruik van de RAW-systematiek voor het opstellen van bestekken is het Handboek bomen ook van toepassing omdat deze meer onderwerpen bevat en meer gedetailleerde informatie over bomen. Hier dienen de ontwerpende en inschrijvende partijen dan ook rekening mee te houden. Zie ook ‘Bijlage 10 - Factsheet groenbeheer’ in de bijlagen. Algemene eisen en randvoorwaarden groenvoorzieningen Stedenbouwkundige uitgangspunten Code Omschrijving eis/uitgangspunt Toelichting / verwijzing 1-1 Groen dient aan te sluiten op bestaande ruimtelijke structuren en groenstructuren in de omgeving. 1-2 Toepassing van materialen dient afgestemd te worden op het kwaliteitsniveau van het gebied. Stadshart en centrum op een beeldkwaliteitsniveau A. In gebieden met beeldkwaliteitsniveau B, aandacht besteden bij de keuze van het materiaal dat en zo hoog mogelijke kwaliteit behaalt binnen het budget en de daarbij behorende onderhoudskosten. 1-3 De toepassing van groenvoorzieningen dient naast de reguliere functies een positieve bijdrage te leveren aan de biodiversiteit, waterberging, luchtkwaliteit, klimaatbestendigheid en ter voorkoming van hittestress. Hierbij rekening houden met de plaatselijke en/of toekomstige situatie. 1-4 Sortimentskeuze dient geschikt te zijn voor lokale bodem, grondwaterstand, klimaat en andere relevantie lokale condities. Er is aandacht voor het kiezen van de passende vegetatie in de huidige of beoogde condities van de context. 1-5 Geen invasieve soorten toepassen. Denk aan de Japanse duizendknoop en reuze berenklauw. Controleer actuele informatie op https://www.invasieve-exoten.info/ 1-6 Geen openbaar groen direct aan particulier terrein ontwerpen. (tenzij er schuttingen worden toegepast) I.v.m. ongewenste ingebruikname van de openbare ruimte. Zorg voor een duidelijke erfgrens, bijvoorbeeld door een schutting of natuurlijke afscheiding. 1-7 Vermijd een al te eenzijdige beplanting. Zorg voor variatie in sortiment, leeftijdsopbouw, structuur. Dit om te voorkomen in geval van kaalslag bij ziekten en plagen. Risicospreiding, identiteit en ecologie. 1-8 Er dient ruimtelijk rekening gehouden te worden bij nieuwe ontwikkelingen voor bomen en groen. Ook rekening houden met inpassing in bestaande situaties. 1-9 Zoutschade door afstromend water van de rijwegen naar groenvakken dient voorkomen te worden. Wegen, riool 1-11 Daar waar achterkanten en zijkanten van percelen grenzen aan openbaar groen dient de beplanting te zorgen voor een groen beeld door beplanting die de perceelgrens camoufleert. Uitgangspunten ontwerp en inrichting Code Omschrijving eis/uitgangspunt Toelichting / verwijzing Raakvlakken 1-12 Ontwerpen dienen te worden voorzien van een ontwerpvisie. 1-13 Naast een definitieve ontwerptekening/revisietekening dient er een omschrijving en impressie te worden aangeleverd van de het ontworpen resultaat. Indien nodig een gebiedsbeheerplan opstellen. 1-14 De vorm en afmeting van het groenvak en beplantingskeuze dient zo gekozen te worden dat er onderhoud gepleegd kan worden met hedendaags materieel waarbij de bereikbaarheid gegarandeerd is. 1-15 Het ontwerp dient rekening te houden met het behoud van gebiedseigen water. Stedelijk water 1-16 Stem het ontwerp af op het natuurlijke grondwaterpeil. Hou rekening met natuurlijke waterpeilfluctuaties. 1-17 Stem het ontwerp af op waterstromen; van schoon naar vuil. Riool 1-18 Bij voorkeur geen giftige beplanting toepassen. (giftig voor mensen) Geen giftige planten rondom speelplekken Spelen 1-19 Voor verhoging van biodiversiteit, inrichting aanpassen op lijst met doelsoorten. Informatie bij beleidsmedewerker Groen. 1-20 Stem het ontwerp af op de bodemsituatie en samenstelling. Uitgangspunten uitvoering en onderhoud Code Omschrijving eis/uitgangspunt Toelichting / verwijzing 1-21 Beheer en onderhoud moet mogelijk zijn volgens de door de Raad vastgestelde beheerplannen. 1-22 Plantmateriaal moet soortecht zijn en vrij van ziekten conform het `Certificeringsreglement voor Laan- en Sierbomen’ van de NAK-tuinbouw. 1-23 Afgeleverd plantmateriaal dient minimaal van ‘EG kwaliteit’ te zijn, dit dient op de afleverbon vermeld te staan, evenals het aansluitnummer bij NAK-tuinbouw. 1-24 Voor nieuwe aanleg geldt een nazorgperiode van drie jaar. Kosten zijn voor opdrachtgever.

Rechtspraak bij dit artikel