Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstukken 4.1 en 4.1.2 zijn ook van toepassing.
Uitgangspunten ontwerp en inrichting
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
1.2.2-1
Windsingels en vakken voor bosplantsoen dienen minimaal 10,0 m breed te zijn.
1.2.2-2
Beplantingskeuze afstemmen op functie van windsingel en ruimte houden voor zoombeplanting.
Uitgangspunten uitvoering en onderhoud
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
1.2.2-3
Wortelschade dient voorkom te worden bij het plantklaar maken rondom bestaande bomen.
1.2.2-4
Waar nodig dient de grond aangevuld te worden en dient er een grondverbetering en startbemesting te worden aangebracht.
1.2.2-5
Plantwerkzaamheden:
⦁ Aanplant bosplantsoen 30% boomvormers en 70% struikvormers volgens plantlijsten
⦁ Inheemse soorten volgens plantlijsten (beheersplan en lijst Wijkbeheer)
⦁ Plantmaat boomvormers spil 100-125 plantmaat struikvormers 80-100
⦁ Boomvormers niet in de voorste rijen planten, maar in de middelste rijen
⦁ Eerste plantrij vanuit de rand 2.5 meter
⦁ Struikvormers in de rij en tussen de rij 2 meter afstand
⦁ Blijvende boomvormers in de rij minimaal 6 meter uit elkaar
⦁ Struikvormers voor het planten top snoei en wortel snoei.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1.2.2