Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstuk 4.1 zijn ook van toepassing.
Stedenbouwkundige uitgangspunten
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
1.3-1
De samenstelling van gras –en bermmengsels dient afgestemd te worden op de lokale groeiomstandigheden, functie en gebruik.
Afhankelijk van grondwaterstand en grondsamenstelling (zand/klei).
1.3-2
Houd rekening met nevenfuncties (recreatief medegebruik).
Pas de samenstelling hier op aan.
Uitgangspunten ontwerp en inrichting
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
1.3-3
Bij het ontwerp zo min mogelijk obstakels in de bermen situeren.
Bomen in bermen kunnen worden toegepast.
1.3-4
Grasstroken langs doorgaande wegen dienen een obstakelvrije ruimte te hebben van minimaal 3,0 m breed.
1.3-5
Grasstroken dienen bij voorkeur een breedte te hebben van minimaal 3,0 m breed.
I.v.m. maaien.
1.3-6
Grastaluds 1:4 of flauwer.
Niet steiler i.v.m. toegankelijkheid van maaimachines.
1.3-7
Gras in een hoge opsluiting (betonband/muur/etc.) moet toegankelijk zijn voor maaimachines.
1.3.8
Voor het inzaaien dient de ondergrond geheel vrij te zijn van puin en andere voorwerpen die niet in de ondergrond thuis horen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1.3