Naar hoofdinhoud
De LIOR is top-down samengesteld. Dit houdt in dat op hoofdstukniveau eisen en randvoorwaarden worden omgeschreven die gelden voor de onderliggende deelhoofdstukken (zie ook Bijlage 4 Elementenboek Openbare Ruimte Stadshart 2010 en bijlage 9 Elementenboek OR Willemsoord). De volgende bronnen, richtlijnen en wet- en regelgeving zijn van toepassing. Standaard RAW-bepalingen 2020 Vigerende ASVV (Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom) Handboek wegontwerp CROW-publicatie 164d CROW-publicaties: Zie de deelhoofdstukken voor de specifieke publicaties Algemene eisen en randvoorwaarden wegen en verhardingen Verkeers- en stedenbouwkundige uitgangspunten Code Omschrijving eis/uitgangspunt Toelichting / verwijzing 2-1 Materialisatie (nieuwe projecten) dient afgestemd te worden op het gebruik en de locatie in de gemeente Den Helder. Ontwerp dient vooraf met de wegbeheerder doorgenomen te worden ivm afstemming van de materialen 2-2 Kleuren verharding, formaten, materialen en verbanden afstemmen met beheer Voor elementenboek stadshart zie bijlage 4 en voor Willemsoord bijlage 9 2-3 Bij het vervangen van verhardingen (inbreilocaties) dienen de nieuwe materialen te zijn afgestemd op de aansluitende dan wel toekomstig wenselijke situatie. Uitgangspunten ontwerp en inrichting Code Omschrijving eis/uitgangspunt Toelichting / verwijzing Raakvlakken 2-4 Verhardingen dienen klimaat adaptief ontworpen te worden. Afwatering bij voorkeur niet via kolken maar via oppervlakte, waterdoorlatende verharding etc. 2-5 In het ontwerp dient rekening gehouden te worden met hoogtes van bestaande percelen. Ontwerp toetsen door de gemeente Den Helder. Aansluitingen op bestaande tuinen en inritteninmeten en verwerken op de tekeningen(wateroverlast, ontoegankelijke putten etc). 2-6 Spoorvorming en / of scheurvorming dient voorkomen te worden. Juiste afstemming van de verkeersklasse-fundering –materiaal. Dit is niet alleen een technische eis, maar ook van belang voor verkeersveiligheid en onderhoudskosten op langere termijn. 2-7 Het dimensioneren van asfalt- en elementenverhardingen dient onderbouwd te worden door middel van een verhardingsberekening. De berekening dient te worden overlegd en goedgekeurd bij de wegbeheerder. 2-8 Toegangen tot particuliere terrein dienen te allen tijde gewaarborgd te zijn. Geldt ook tijdens de uitvoeringsfase. Tijdelijke voorzieningen (zoals loopschotten of rijplaten) dienen onderdeel te zijn van het uitvoeringsplan. Levensduureisen 2-9 Nieuwe verhardingen dienen een ontwerplevensduur te hebben van ten minste 25 jaar. Asfalt, beton en elementenverhardingen. 2-10 De onderbouw (zandbed + fundering) van nieuwe verhardingen dient een ontwerplevensduur te hebben van ten minste 60 jaar. Draagt bij aan duurzaam beheer en minimaliseert de noodzaak voor ingrijpende reconstructies. 2-11 De minimale ontwerplevensduur van geluidsarme deklagen dient 10 jaar te bedragen. Geluidsreductie is o.a. belangrijk voor leefbaarheid in woonwijken. 2-12 De minimale ontwerplevensduur van de asfaltdeklaag dient 15 jaar te bedragen. Sluit aan bij standaard onderhoudscycli en is gebaseerd op een gemiddelde belasting en gebruiksintensiteit. Ontwerprichtlijnen 2-13 De bovengrondse infrastructuur dient te voldoen aan de vigerende ontwerprichtlijnen van de ASVV (conform de gewenste maatvoering) indien niet anders aangegeven. Afwijkingen van de ASVV zijn alleen toegestaan met onderbouwing en goedkeuring van de gemeente. Afwatering 2-14 Er dienen afwateringskolken met achteraansluiting te worden toegepast die passen bij de toegepaste kantopsluiting. Voorkomt verstoppingen en zorgt voor een robuuste aansluiting op het rioolstelsel. 2-15 De ontwatering en de afwatering van verhardingen moet zeker gesteld zijn door voorzieningen op gemeentelijk terrein. Voorkomen dat waterafvoer afhankelijk is van particulier terrein. 2-16 De volgende afschotten dienen aangehouden te worden: Trottoirs/betontegels 1:50 Asfalt- en elementenverhardingen 1:40 a 1:60 Bermen naast verharding 1:20 (indien niet anders aangegeven) Voor een goede afwatering en het voorkomen van waterplassen. Materiaaleisen 2-17 Kleurvaste materialen toepassen. Draagt bij aan esthetiek en voorkomt ongelijkheid in uitstraling door verkleuring. 2-18 Alle te leveren materialen dienen te zijn voorzien van een KOMO certificaat. Garandeert kwaliteit en betrouwbaarheid van materialen. Dient ook controleerbaar te zijn bij oplevering. 2-19 Eisen met betrekken tot bouwstoffen en uitvoering dienen te zijn uitgevoerd conform de huidige geldende Standaard RAW bepalingen Zorgt voor uniformiteit in uitvoering en voorkomt interpretatieverschillen. 2-20 Kabels en leidingen dienen altijd bereikbaar te zijn en te zijn afgestemd met de nutsbedrijven. > Opneembare verharding: ivm tijdelijke verwijderen verwijdering verharding en zonder schade terug te plaatsen. > Mantelbuizen voor alle kabels en leidingen ter voorkoming van schade aan bestaande infra. Kabels en leidingen Uitgangspunten uitvoering en onderhoud Code Omschrijving eis/uitgangspunt Toelichting / verwijzing Raakvlakken 2-21 Schade aan verhardingen door boomwortels dient voorkomen te worden. Wortelwerende constructies, voldoende afstand tot bomen, etc. Belangrijk voor levensduur van de boom en verharding en de veiligheid van gebruikers. Groen 2-22 De afstand tussen (bestaande) bomen en zijkant van verhardingsconstructies dient te voldoen aan het handboek bomen. Dit voorkomt wortelopdruk en schade aan verharding. Afwijkingen op deze afstand dienen te worden afgestemd met een groendeskundige van de gemeente. Groen 2-23 Kieren groter dan 3mm tussen elementen van kantopsluitingen en andere objecten zoals kolken en inritblokken zijn niet toegestaan. Voorkomen van onkruidgroei, wegspoelen van zand en visuele vervuiling. 2-24 Onderhoud met hedendaags gebruikelijk materieel moet mogelijk zijn. Verkeersbelasting van lichte onderhoudsvoertuigen tot 10 ton 2-25 Aangebracht asfalt dient te zijn voorzien van een CE keuring. 2-26 Toegangen tot particuliere terreinen dienen te allen tijde bereikbaar te zijn. Geldt zowel tijdens als na uitvoering. Afwijkingen moeten schriftelijk worden vastgelegd met particuliere eigenaar tenzij anders is afgesproken. Afwijkingen schriftelijk vastleggen. 2-27 Alle elementenverhardingen trillen en invegen met brekerzand 0/2mm Voorkomt verzakking en zorgt voor stabiliteit. 2-28 Bereikbaarheid t.b.v. dienstverlening en hulpdiensten dient te allen tijde gewaarborgd te zijn. Bochtstralen en rijroutes moeten geschikt zijn voor vuilniswagens, brandweer en ambulance. Bochtstralen dienen beoordeeld te worden door de gemeente 2-29 Afwateringskolken dienen te allen tijde bereikbaar te zijn t.b.v. onderhoudswerkzaamheden en waterbeheer. Kolken mogen niet worden geblokkeerd door obstakels of beplanting.

Rechtspraak bij dit artikel