Naar hoofdinhoud
Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstuk 4.2 zijn ook van toepassing. Naast wegen en verhardingen zijn wegmarkeringen en bebording ook van groot belang voor het verkeerskundige ontwerp van alle onderdelen. Buiten de in hoofdstuk 4.2 genoemde bronnen, richtlijnen en wet- en regelgeving is van toepassing: CROW-publicatie 207, Richtlijnen voor de bebakening en markering van wegen 2015 Verkeers- en stedenbouwkundige uitgangspunten Code Omschrijving eis/uitgangspunt Toelichting / verwijzing 2.1-1 Verkeerskundige maatregelen (zoals bijvoorbeeld snelheidsremmende voorzieningen, bebording, markeringen en inrichting van kruispunten) dienen te zijn beoordeeld en goedgekeurd door verkeersdeskundigen van de gemeente. Vooraf dient afstemming plaats te vinden. Uitgangspunten ontwerp en inrichting Code Omschrijving eis/uitgangspunt Toelichting / verwijzing 2.1-2 Markeringen dienen te zijn ontworpen aangebracht conform CROW publicatie 207. 2.1-3 Ontwerp van markeringen dient afgestemd te zijn met het bebordingsontwerp. 2.1-4 Markering dient om verkeersgeleiders en verkeersdruppels heen te lopen. Plaatsing 0,10 m uit de kantopsluiting. Dit is afwijkend van CROW 207 en zorgt voor visuele duidelijkheid en onderhoudsgemak 2.1-5 Markeringen op een gesloten verhardingen dienen te zijn uitgevoerd in thermoplastisch materiaal. Duurzaam, slijtvast en goed zichtbaar. 2.1-6 Markering moet ten minste reflectieklasse 2 hebben. Klasse 2 is standaard voor stedelijk gebied. 2.1-7 Markeringen in elementenverhardingen uitvoeren met verkeerstegels en stenen. T.p.v. fietspaden kleine verkeerstegels toepassen, max 30x30 cm (beter verwerkbaar en visueel beter passend bij fietspaden). 2.1-8 Op elementenverharding geen markering spuiten ivm slijtage, maar markering als element instraten. Bijvoorbeeld bij haaientanden. 2.1-9 Bij scholen in 30 km/u zones wordt ‘SCHOOLZONE’ op het wegdek aangebracht. Dit kan worden gedaan met thermoplast als het gaat om een tijdelijke markering. Anders instraten in elementenverharding. 2.1-10 Parkeerplaatsaanduiding van gehandicaptenparkeerplaats op kenteken dient met verf te worden aangebracht. Vanwege de tijdelijke aard 2.1-11 Informele belijning dient zoveel mogelijk te voorkomen te worden. Informele belijning leidt tot verwarring. Voorbeeld zijn kruisen voor uitritten. Als de situatie bij een uitrit onduidelijk is, wordt zoveel mogelijk een kruis ingestraat of de weg aangepast. 2.1-12 Langsparkeren wordt zonder vak-aanduiding ingericht. Bij haaks of schuin parkeren wordt dit wel toegepast. Langsparkeren zonder vakken geeft flexibiliteit. Afstemming tijdens ontwerpfase of vakmarkering noodzakelijk is. Uitgangspunten uitvoering en onderhoud Code Omschrijving eis/uitgangspunt Toelichting / verwijzing 2.1-13 Markering niet aanbrengen op langsnaden van asfaltverhardingen. Markering aanbrengen op asfalt en niet op langsnaden. Markering op naden laat sneller los en is minder goed zichtbaar. Bij toepassing van rode fietsstroken moet de markering op het zwarte asfalt worden.

Rechtspraak bij dit artikel