Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstukken 4.2 en 4.2.1 zijn ook van toepassing.
Verkeers- en stedenbouwkundige uitgangspunten
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.3-1
Aanliggende binnenstedelijke fietspaden dienen een rode kleur te hebben.
Uitvoering in AC11 Surf. Mengseleigenschap: DL-C. Zwarte bitumen. Tilrode steenslag. 4% kleurstof ijzeroxide pigment.
2.3-2
Vrij liggende fietspaden van asfalt uitvoeren in de kleur zwart.
Zwarte asfaltkleur zorgt voor visuele rust en duidelijke scheiding van andere wegfuncties. Alleen afwijken indien expliciet aangegeven.
2.3-3
Fietsoversteken met fietsers in de voorrang dienen uitgevoerd te worden in een rode kleur. Bij asfaltwegen uitvoeren in asfalt
Uitvoering in AC11 Surf. Mengseleigenschap: DL-C. Zwarte bitumen. Tilrode steenslag. 4% kleurstof ijzeroxide pigment.
Asfaltcoating alleen toepassen in overleg met wegbeheerder van gemeente.
2.3-4
Bij fietsoversteken in twee richtingen wordt zowel as-markering toegepast als pijlen op oversteek.
Markering toepassen conform de vigerende ASVV.
2.3-5
Fietspaden die een relatie hebben met natuurgebieden dienen een deklaag van schelpen te hebben.
Alleen gewassen en gebroken schelpen toepassen, zonder steenachtige materialen. Aanbrengen in een laag van bitumenemulsie ivm stabiliteit en natuurlijke uitstraling.
Uitgangspunten ontwerp en inrichting
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.3-5
Vrij liggende fietspaden in twee richtingen met een verbindende doorgaande functie dienen ten minste 3,5m breed te zijn.
Afwijkingen dienen onderbouwd te worden op basis van ruimtelijke beperkingen of verkeerskundige afwegingen.
2.3-6
Fietspaden in één richting dienen ten minste 2,5 m te zijn.
Minimale breedte is noodzakelijk voor veilig en comfortabel gebruik. Afwijkingen alleen toegestaan met onderbouwing.
2.3-7
Fietspaden van elementenverharding dienen uitgevoerd te worden met dubbelklinkers, dikte 0,08 m kleur Tilrood met slijtvaste deklaag.
Dubbelklinkers toepassen op plaatsen waar ondergrondse infra onder het fietspad ligt. Dubbelklinkers zijn geschikt op locaties met ondergrondse infrastructuur.
2.3-8
Fietspaden van asfalt dienen ten minste uit 2 lagen asfalt te bestaan; onderlaag en deklaag.
Bij fietspaden waar ook brandweervoertuigen rijden, dient de constructie afgestemd te worden op de belasting. Afstemming met wegbeheerder en verkeerskundige van de gemeente.
2.3-9
Bij het berekenen van de verhardingsconstructie dient rekening gehouden te worden met de verkeersbelasting van lichte onderhoudsvoertuigen tot 10 ton.
Voorkomt schade aan de verharding.
2.3-10
Aanliggende fietspaden die in twee richtingen worden bereden dienen te worden voorzien van een as-markering.
2.3-11
Bij langsparkeervakken langs een fietspad dient rekening gehouden te worden met een uitstapstrook van 40 cm diep.
Uitstapstrook voorkomt conflicten tussen uitstappende automobilisten en fietsers. Uitvoering met tegel 40×60 cm of passend bij de omgeving.
Fietsstroken
2.3-12
Er dient een duidelijke afweging gemaakt worden bij het toepassen van fietsstroken.
Afweging op basis van verkeersveiligheid, beschikbare ruimte en ruimtelijke inpassing.
2.3-13
De fundering van de fietsstrook dient gelijk te zijn aan die van de aangrenzende rijbaan.
Voorkomt hoogteverschillen en schade aan de verharding door ongelijke belasting.
2.3-14
De breedte van de fietsstrook dient ten minste 1,75 m te zijn.
Minimale breedte is noodzakelijk voor veilig gebruik door fietsers, ook bij inhalen.
2.3-15
Afscheiding van het overige verkeer door middel van een doorgetrokken of 1-1 markeringslijn in thermoplastisch materiaal breedte 0,10 m.
Markering aanbrengen op het zwarte asfalt van de rijbaan.
2.3-16
Fietsstroken dienen te worden voorzien van fietssymbolen. Fietssuggestiestroken niet.
Fietssymbolen toepassen volgens de vigerende ASVV.
Uitgangspunten uitvoering en onderhoud
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.3-17
Randschade dient voorkomen te worden.
Vooral relevant bij fietspaden langs watergangen of bermen. Goede kantopsluiting, voldoende afstand tot kwetsbare randen en juiste fundering voorkomt schade.
2.3-18
Daar waar een rode fietsstrook doorloopt over de doorgaande rijbaan dient het asfalt (rood en zwart) warm tegen warm te zijn aangebracht.
Dit voorkomt naden en hechtingsproblemen tussen verschillende asfaltkleuren. Uitvoering conform de Standaard RAW Bepalingen is vereist.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.5.1
Artikel 4.2.3