Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstukken 4.2 en 4.2.1 zijn ook van toepassing.
Verkeers- en stedenbouwkundige uitgangspunten
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.2-1
Bij het vervangen van verhardingen dienen de nieuwe materialen te zijn afgestemd op de aansluitende dan wel toekomstig wenselijke situatie.
Voorkomt visuele versnippering. Afstemming met de gemeente.
Uitgangspunten ontwerp en inrichting
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
Raakvlakken
2.2-2
Afwatering niet naar privéterrein.
Ter voorkoming van wateroverlast en mogelijk juridische aansprakelijkheid.
2.2-3
De hoogte van de kantopsluiting mag de afwatering niet blokkeren.
Rekening houden met de kadastrale grens tussen particulier en gemeentelijk terrein.
2.2-4
Stem de breedte van de voetpaden en trottoirs af op de verwachte functie, gebruik en intensiteit
Breedte afgestemd op verwachte gebruik, zoals looproutes naar scholen, winkelgebieden of OV-haltes. Verkeersintensiteit dient te worden afgestemd met de verkeerskundige van de gemeente
Groen, kabels en leidingen, OV
2.2-5
Voetpaden trottoirs van elementenverhardingen moeten voorzien zijn van een kantopsluiting.
Voorkomen van uitspoeling en zorgen voor stabiliteit van de verharding.
2.2-6
Bij obstakels in het trottoir en voetpad (bomen, lichtmast etc) dient de breedte ten minste 0,90m te zijn voor o.a rolstoelgebruikers en kinderwagens
Conform Handboek Toegankelijkheid en essentieel voor rolstoelgebruikers en kinderwagens.
2.2-7
Tussen fietspad en trottoir dient een rijwielpadband te worden toegepast.
Visuele en fysieke scheiding tussen fietspad en trottoir.
2.2-8
Trottoirs en voetpaden dienen minimaal 1,8 m te zijn.
Comfortabel gebruik door meerdere voetgangers, rolstoelen en kinderwagens. Vermijd onnodig smalle ontwerpen.
2.2-9
Er dient rekening gehouden te worden met bestaande luchtroosters langs gevels van bebouwing.
Ventilatie niet belemmeren en schade aan gebouwen voorkomen.
Materialisatie
2.2-10
Voetpaden en trottoirs van elementenverhardingen uitvoeren met betontegels 300x300x45mm, kleur middengrijs (geen lichtgrijs!).
In bijzondere situaties zoals het centrum kunnen afwijkende materialen worden toegepast in overleg met de gemeente.
2.2-11
Voetpaden van half verharding dienen goed verdicht en onkruidwerend uitgevoerd te worden.
Om stabiliteit en toegankelijkheid te waarborgen.
2.2-12
Kantopsluiting van beton en met minimale afmeting 10x20x100 cm
Dit biedt voldoende massa en stabiliteit om verhardingen op hun plaats te houden en uitspoeling te voorkomen.
Uitgangspunten uitvoering en onderhoud
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.2-13
Het aantal knipnaden dient geminimaliseerd te zijn ivm esthetiek en versnelde slijtage.
Bij het verwerken van elementenverharding dient zoveel mogelijk gebruik te worden gemaakt van hele elementen. Indien knippen noodzakelijk is, dient dit nat te gebeuren om stofvorming en schade te beperken.
2.2-14
Direct naast de kantopsluiting die grenst aan de rijbaan en parkeerstrook geen halve elementen toepassen.
Langs kantopsluitingen alleen hele tegels gebruiken ivm nette afwerking en stabiliteit. In bochten mogen tegels worden gezaagd, mits dit leidt tot minimale naden en een visueel strak resultaat.
2.2-15
Bij obstakels zoals lichtmasten, verkeersborden en straatmeubilair moeten openingen in de verharding worden afgedicht met koud asfalt of ander passend materiaal, afgestemd op het type verharding.
Voorkomen van onkruidgroei, waterinfiltratie en schade.
2.2-16
Bij het aanbrengen van halfverhardingen rekening houden met nazorg
Rekening houden extra afwerken/egalisatie en controle op verdichting.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.5.1
Artikel 4.2.2