Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstukken 4.2, 4.2.1 en 4.2.8 zijn ook van toepassing.
Verkeers- en stedenbouwkundige uitgangspunten
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.8.1-1
Het ontwerp en de maatvoering van de middengeleiders worden afgestemd op de type rijbaan en de ontwerpsnelheid, conform de richtlijnen en aanbevelingen uit de geldende ASVV.
Middengeleiders dienen functioneel en veilig te zijn. De breedte, lengte en vorm worden bepaald op basis van verkeerssnelheid, wegtype en gebruiksfunctie.
2.8.1-2
Voetgangersoversteekplaatsen (VOP) en fietsoversteken worden direct naast elkaar gesitueerd. Indien de fietsoversteek niet in de voorrang ligt, wordt geen VOP toegepast.
Door VOP en fietsoversteek naast elkaar te plaatsen ontstaat een overzichtelijke en logische oversteekzone. Als fietsers geen voorrang hebben, is het veiliger om voetgangers niet via een VOP te laten oversteken, om verwarring en risico’s te voorkomen.
Uitgangspunten ontwerp en inrichting
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.8.1-3
Middengeleiders bij asfalt- en elementenverhardingen worden uitgevoerd met:
RWS-banden in wit met witte porfier als wassing
Verharding: beton met Creteprint in kleur antraciet en met motief cobblestone.
Binnen de Linie: toepassing van gebakken materialen met voegvulling.
Plaatselijk maatwerk toepassen in afstemming met de gemeente.
2.8.1-4
Op plaatsen waar een drukknop of paal wordt geplaatst, wordt een verhoging aangebracht als fysieke scheiding.
De verhoging voorkomt dat voertuigen te dicht naderen en beschermt de installatie.
2.8.1-5
Verhardingen in de middengeleider ter plaaste van VOP en fietsoversteek wordt uitevoerd met dubbelklinkers 20x20cm.
Kleur conform de aansluitende verharding van het fietspad en voetpad.
2.8.1-6
VOP en fietsoversteken worden op gelijke hoogte als de rijbaan aangelegd (A-niveau)
2.8.1-7
Op de middengeleider wordt een verkeerszuil BM18 geplaatst met retroreflectieklasse 3.
2.8.1-8
Rondom de middengeleider wordt markeringen aangebracht, inclusief inleidende markering.
2.8.1-9
De rijbaanbreedte bedraagt minimaal 3,5 m in veranbd met de doorgang voor hulpdiensten
Afwijkingen worden afgestemd met de hulpdiensten.
2.8.1-10
De breedte van de middengeleider bedraagt minimaal 3,0 m bij fietsgebruik en minimaal 2,0 m bij een voetgangersoversteekplaats.
De uitbuiging moet voldoende zijn voor snelheidsremming.
Uitgangspunten uitvoering en onderhoud
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.8.1-10
Onkruidgroei dient voorkomen te worden.
Voegvulling toepassen
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.5.1
Artikel 4.2.8.1