Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstukken 4.2, 4.2.1 en 4.2.8 zijn ook van toepassing.
Verkeers- en stedenbouwkundige uitgangspunten
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.8.2-1
Onderscheid wordt gemaakt in:
Inritconstructie t.b.v. woonerven en 30 km/uur zone.
Inritconstructie t.b.v. ontsluiting van percelen
Inritconstructie t.b.v. bedrijfsmatige percelen
2.8.2-2
Alle inritten naar particuliere erven zijn vergunning plichtig.
In verband met voorkomen van ongewenste situaties zoals:
Versnippering van het straatbeeld.
Verlies van parkeerplaatsen of groenvoorzieningen.
Conflicten met kabels, leidingen of bomen.
2.8.2-3
Indien een inrit grenst aan (langs)parkeervakken, dient toegang tot de inrit te worden gerealiseerd via de verharding van de rijbaan.
Uitgangspunten ontwerp en inrichting
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
Raakvlakken
Inritconstructie t.b.v. woonerven en 30 km/uur zone.
2.8.2-4
Na de inrit de verharding van woonerven a-niveau uitvoeren.
2.8.2-5
Verhoogd uitvoeren met inritelementen met afmetingen van minimaal 0,60 m diep.
2.8.2-6
Ter plaatse inritten in bochten de uiteinden voorzien van perronbanden en de inrit in lintverband straten.
2.8.2-7
Leg als zodanig herkenbare in- en uitritten aan conform de vastgestelde norm van CROW publicatie 68.
2.8.2-8
Verharding van het trottoir t.p.v. de inritconstructie uitvoeren in dubbelklinkers grijs.
Zelfde kleur als het trottoir.
Inritconstructie t.b.v. ontsluiting van percelen.
Betreft garages, stallingen e.d.
2.8.2-9
Altijd een inritelement toepassen. Minimaal 0,45m diep.
2.8.2-10
Ter plaatse van de inrit doorstraten met dikke betontegels.
Dikte tegels minimaal 0,06m toepassen.
Inritconstructie t.b.v. bedrijfsmatige percelen
2.8.2-11
Type inrit is afhankelijk van het gebruik en functie.
Meestal maatwerk
2.8.2-12
Uitvoering regelen in de vergunning.
2.8.2-13
Kabels en leidingen onder de inrit in mantelbuizen aanbrengen.
Kabels en leidingen
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.5.1
Artikel 4.2.8.2