Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstukken 4.2, 4.2.1 en 4.2.8 zijn ook van toepassing.
Verkeers- en stedenbouwkundige uitgangspunten
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.8.4-1
Drempels en plateaus aanbrengen om de snelheid te verlagen en de verkeersveiligheid te verhogen. Met name voor gemotoriseerd verkeer.
Zie CROW (duurzaam Veilig/SWOV)
Uitgangspunten ontwerp en inrichting
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.8.4-2
Voorkeur naar eenheid in materialen en kleur.
Talud markeringen altijd in wit uitvoeren. Zie detail SVT drempel
2.8.4-3
Drempels mogen geen hinderlijke trillingen veroorzaken.
Rekening houden met de fundering van woningen.
2.8.4-4
Bij busroutes rekening houden met bus vriendelijke drempels.
Bij voorkeur geen drempels.ontwerp afstemmen met verkeer en busvervoerder.
2.8.4-5
Op erftoegangswegen met elementenverharding gestrate drempels toepassen.
2.8.4-6
Drempels aanbrengen in sinusprofiel (CROW 174)
Maatvoering conform SVT. Let op busroutes!
2.8.4-7
Op doorgaande wegen van asfalt met een max. snelheid van 30, 60 km/u, asfaltdrempels toepassen.
Uitvoeren volgens CROW 174
2.8.4-8
Afwatering aan weerszijden van de drempels dient gewaarborgd te zijn.
Drempels mogen geen blokkade vormen voor de afwatering.
2.8.5-9
Alle drempels voorzien van een fundering met een minimale dikte van 0,25 m betongranulaat of gelijkwaardig.
Ter voorkoming van verzakkingen.
2.8.5-10
Drempels op busroutes dienen te zijn goedgekeurd door Connexxion
Let op langere taluds en lagere drempels.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.5.1
Artikel 4.2.8.4