Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstukken 4.2, 4.2.1 en 4.2.8 zijn ook van toepassing.
Uitgangspunten ontwerp en inrichting
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.8.5-1
Zo veel mogelijk natuurlijke loop- en geleidelijnen aanhouden/ontwerpen. Zie CROW publicatie 337
Muurtjes, hekwerken, langs gebouwen.
2.8.5-2
Bij bushaltes en voetgangersoversteekplaatsen dienen altijd voorzieningen voor mindervaliden te zijn aangebracht.
Waaronder mindervalide opritten, geleidetegels, e.d.
2.8.5-3
Geleidetegels uitvoeren in de kleur wit.
2.8.5-4
Geen klanktegels toepassen.
2.8.5-5
Noppentegels toepassen in de kleur wit.
2.8.5-6
Parkeerplaatsen voor mindervaliden daar waar mogelijk uitvoeren conform richtlijnen van de vigerende ASVV.
2.8.5-7
Bij verkeersregelinstallaties rekening houden met mindervaliden.
Zie ook hoofdstuk 4.3.2 Verkeersregelinstallaties (VRI)
2.8.5-8
Mindervaliden opritten uitvoeren met volgens het detail in de bijlage 13.
Alleen als de ruimte voor het draaien van een schootmobiel onvoldoende is, kan een verlaagde band overwogen worden.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.5.1
Artikel 4.2.8.5