Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstukken 4.3 en 4.3.1 zijn ook van toepassing.
Eisen algemeen
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-1
De voedings- en verdeelkasten moeten voldoen aan de Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EG
3.1.4-2
De voedings- en verdeelkasten moeten voldoen aan de EMC richtlijn 2004/108/EG
3.1.4-3
De voedings- en verdeelkasten moeten voldoen aan de NEN 1010:2007+C1:2008 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties.
3.1.4-4
De voedings- en verdeelkasten moeten voldoen aan de Nederlandse Praktijk Richtlijn, NPR 5310 – De praktijkrichtlijn bij de NEN 1010:2007+C1:2008.
3.1.4-5
De uitvoering van de voedings- en verdeelkasten dient zodanig te zijn dat wordt voldaan aan de NEN-EN 50110-1 (Bedrijfsvoering van elektrische installaties). De Europese norm op het terrein van bedrijfsvoering van zowel de elektrische hoog- als laagspanningsinstallaties. De aanvullende voorschriften zijn opgenomen in de NEN-EN 50110-2. De norm NEN 3140 is een Nederlandse aanvulling op de 50110-1 voor de bedrijfsvoering van laagspanningsinstallaties.
Relevante onderwerpen:
• Bevoegdheden van personen.
• Bedieningshandelingen en werkzaamheden in elektrische installaties.
• Inspecties.
3.1.4-6
De voedings- en verdeelkasten en hun componenten moeten voldoen aan de NEN-EN–IEC 60529 Degrees of protection provided by enclosures (IP Code)
3.1.4-7
De voedings- en verdeelkasten en hun componenten moeten voldoen aan de NEN-EN-IEC 60439-5:2006 Laagspanningsschakel- en verdeelinrichtingen – Deel 5: Bijzondere eisen voor inrichtingen bestemd voor voedings- en verdeelkasten in openbare netwerken.
3.1.4-8
Tekeningen van de Voedings- en verdeelkasten en het voedingsnet moeten voldoen aan de NEN 5152 Technische tekeningen – Elektrotechnische symbolen. Op alle tekeningen moeten in de rechteronderhoek de volgende gegevens duidelijk worden vermeld:
• Naam en adres Opdrachtgever.
• Naam en adres van gebouw/object waar de OV verdeelkast is gebouwd.
• Soort installatie.
• Schaal waarop de tekening is vervaardigd.
• Eventuele wijzigingen met de datum van wijziging en het volgnummer met een omschrijving van de aard der wijziging.
De Leverancier blijft aansprakelijk voor eventuele fouten in de tekeningen, die bij controle door de Opdrachtgever niet zijn opgemerkt.
3.1.4-9
De voedings- en verdeelkasten en alle overige elektronische componenten binnen het eigen voedingsnet moeten voorzien zijn van een CE-markering.
3.1.4-10
Op de voedings- en verdeelkasten en componenten is de RoHS (Restrictions of the use of certain Hazardous Substances = beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen) van toepassing.
3.1.4-11
De voedings- en verdeelkasten en hun componenten dienen te voldoen aan EcoDesign. Belangrijk zijn o.a. de volgende punten:
• Energieverbruik omlaag.
• Levensduur en betrouwbaarheid omhoog.
• Milieuonvriendelijke stoffen vermijden.
• Hergebruik van stoffen verbeteren.
3.1.4-12
De toe te passen producten dienen te voldoen aan de geldende kwaliteit- en milieunormen. Daarnaast voldoen de producten en diensten aan de Nederlandse Arbo-weten regelgeving, Nederlandse Milieuwet- en regelgeving, de wet- en regelgeving op het gebied van brandveiligheid en de relevante actuele aanvulling op deze wet- en regelgevingen. Eventuele wet- en regelgeving over Arbo-, milieu en brandveiligheid dient ook te worden nageleefd.
3.1.4-13
De voedings- en verdeelkast dient met een auto bereikbaar te zijn en bij het maximaal openen van de kastdeur voldoende werkruimte te hebben.
Vormgeving
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-14
De uitwendige afmetingen van de voedings- en verdeelkast dienen zich zo goed mogelijk tot elkaar te verhouden als: 6,0(L):2,5(B):9,5(H).
3.1.4-15
De maximale hoogte (H) mag niet meer bedragen dan 130 cm
3.1.4-16
De minimale hoogte (H) dient tenminste 90 cm te bedragen.
3.1.4-17
De leverancier / producent dient een bij de OV verdeelkast behorende fundatie te leveren en in de prijs op te nemen.
3.1.4-18
De leverancier / producent dient het definitieve ontwerp van de OV verdeelkast en de kastfundering met details van de bevestigingspunten en benodigde kabelinvoeren ter goedkeuring in te dienen bij de opdrachtgever.
Constructie
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-19
De constructie van de voedings- en verdeelkast dient onderhoudsarm te zijn:
• De voedings- en verdeelkast dient uit niet meer componenten te bestaan dan strikt nodig.
• Het aantal verschillende type componenten dient tot een minimum te zijn beperkt.
• Het aantal bewegende delen en het aantal slijtageplaatsen dient zo veel mogelijk te zijn beperkt.
• De opbouw van de voedings- en verdeelkast dient modulair te zijn.
• De functionele en materiële opbouw van de voedings- en verdeelkast dient zo eenvoudig mogelijk te zijn en goed te zijn doorzien.
• De componenten moeten gemakkelijk uitwisselbaar zijn.
• Componenten die preventieve en/of correctieve onderhoudsacties vergen, dienen goed bereikbaar en toegankelijk te zijn gemaakt zonder dat het verwijderen van nabijgelegen componenten voor het plegen van onderhoud noodzakelijk is.
• Zo nodig dienen belemmerende componenten gemakkelijk te kunnen worden verwijderd zonder daarbij de fabrieksafstelling te wijzigen.
• Afmetingen en vormen van toegangsopeningen dienen aangepast te zijn aan de te verwijderen componenten (inclusief ruimte voor het vasthouden).
• Alle schroef en boutverbindingen, dienen te worden geborgd, zodat ze niet vanzelf los kunnen raken.
• De voedings- en verdeelkast dient afdoende te zijn beschermd tegen mechanische, chemische en thermische omgevingsbelastingen.
• Thermische belasting t.g.v. geleiding, straling, of convectie mag niet tot verstoring van de werking en/of schade van de installatie kunnen leiden.
• De voedings- en verdeelkast dient te worden voorzien van een anti-graffiti-coating of anti-aanplaklak.
• De toegepaste coating moet eenvoudig kunnen worden gereinigd.
• De voedings- en verdeelkast dient vandalismebestendig te zijn.
3.1.4-20
Kabels dienen door middel van een waterdichte wartelverbinding aan de onderzijde van de voedings- en verdeelkasten te worden ingevoerd.
3.1.4-21
De aansluiting van kabels dient demontabel in de voedings- en verdeelkasten tot stand te worden gebracht. De aansluiting dient op eenvoudige wijze of met behulp van eenvoudig gereedschap te kunnen worden losgenomen of vastgezet. Bouten, moeren en overige bevestigingsmiddelen voor het aansluiten van de kabels maken deel uit van de levering.
3.1.4-22
Alle kabels zijn in de voedings- en verdeelkasten gefixeerd d.m.v. een trekontlasting.
3.1.4-23
Ten behoeve van het openen en sluiten van de compartimenten dient de voedings- en verdeelkast voorzien te zijn van een vandalismebestendig sluitsysteem.
3.1.4-24
Condensvorming in de voedings- en verdeelkasten dient te worden voorkomen.
3.1.4-25
De bevestiging van voedings- en verdeelkasten op de fundatie dient tot stand te komen zonder schade aan de laklaag te veroorzaken.
3.1.4-26
De fundatie van een voedings- en verdeelkast dient zodanig te zijn geconstrueerd dat bij een gemiddelde gronddichtheid voor Amsterdam verzakking gedurende de levensduur is uitgesloten. De toe te passen gemiddelde gronddichtheid dient actueel te zijn ter akkoord te zijn aangeboden aan DIVV.
3.1.4-27
Bij regulier onderhoud dient de kwaliteit van de afwerking, de maatvoering en de samenbouw van de voedings- en verdeelkasten behouden te blijven.
3.1.4-28
Indien voedings- en verdeelkasten zijn voorzien van een openslaande deur dan dient deze minimaal 120º open te kunnen. Deuren moeten zijn voorzien van aardlitze en een voorziening om de deur in openstaande stand te fixeren.
3.1.4-29
De toe te passen materialen dienen te voldoen aan slagvastheid en schokbestendigheid code IK 10. Conform IEC EN 50102 (Beschermingsgraden van omhulsels van elektrisch materieel tegen uitwendige mechanische stoten)
Elektronisch
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-30
Voor het voeden van lichtmasten hebben bestaande voedings- en verdeelkasten doorgaans 6 krachtgroepen. De groepen met in elke fase een 25 A beveiliging zijn voorzien van een beveiligingselement van 10 A. De nieuwe voedings- en verdeelkasten dienen standaard ook met 6 krachtgroepen te worden geleverd. (5 groepen, 1 reserve groep). De groepen dienen te worden voorzien van smeltveiligheden of (intelligente) installatie automaten.
De voorkeur hebben goed leverbare “standaard” intelligente installatieautomaten met de mogelijkheid van bijvoorbeeld:
• Slimme netbeveiliging (ongevoelig voor inschakelpieken, door toepassing waarvan besparingen op kabeldoorsnede kan worden gerealiseerd).
• Real time diagnosefuncties (meetwaarden, beveiligingsparameters, onderhoudsgegevens).
• Integratie in een (draadloos) data netwerk voor toekomstige bewaking op afstand.
• Modulaire opbouw.
Daarnaast moeten de nieuwe voedings- en verdeelkasten voldoende groot zijn om te kunnen worden uitgebreid met extra voorzieningen als:
1. Twee extra groepen.
2. Apparatuur voor telemetrie (bijvoorbeeld: GSM/GPRS modem).
3. Apparatuur t.b.v. het schakelen (ISU).
En de hierbij behorende overige componenten.
Om het verdeelsysteem te kunnen uitbreiden met twee extra groepen dient de oppervlakte van de montageplaat 25% te worden overgedimensioneerd. Daarnaast moet op de montageplaat een extra ruimte van 40 x 30 cm worden gereserveerd voor het later kunnen aanbrengen van apparatuur. In verband met de ontwikkeling van alternatieven communicatie methoden dienen de voedings- en verdeelkasten te worden voorzien van een IP interface waarmee schakelsignalen kunnen worden doorgegeven aan de ISU. Bij uitrol van het nieuwe communicatiesysteem dient via standaard ICP _IP te kunnen worden gecommuniceerd met de voedings- en verdeelkast.
3.1.4-31
Voor de inkomende voedingskabel van de regionale netbeheerder (VMVK 4 x 10mm2 of YoVmVk-Kas max 25 mm2) dient de voedings- en verdeelkast aan de onderzijde te worden voorzien van een wartel.
3.1.4-32
De voedingskabel wordt aangesloten op een 63A 3-fase patroonhouder voorzien van een patroon van 25A of op een beveiligingselement van 63A waarvan de beveiliging is ingesteld op 25 A.
3.1.4-33
Voor de voeding van de ISU moet één afgeschermde 3 fase groep met 6A beveiliging te worden aangebracht.
3.1.4-34
De voedings- en verdeelkast moet zijn voorzien van één 4-polige 35A hoofdschakelaar. De hoofdschakelaar uitvoeren als lastscheider.
3.1.4-35
Voor het schakelen van de voedingsspanning naar de groepen moet de voedings- en verdeelkast van één 4 polige magneetschakelaar 35A zijn voorzien (afhankelijk van het toe te passen stelsel en de verklaring van de netbeheerder voor de aan te leveren aarding één 3 polige magneetschakelaar 35A)
3.1.4-36
Voor het aansluiten van de ISU en de magneetschakelaar één stuks klemmenstrook van 10 etageklemmen met tussenschot aanbrengen. De ISU’ s worden toegeleverd en dienen door de leverancier van de OV-voedings- en verdeelkast te worden ingebouwd. Het testen van de ISU’ s geschiedt door derden.
3.1.4-37
In de binnenkomende voeding achter de hoofdschakelaar naar de groepen drie stuks stroomomvormer fabricaat Faget, type EM223 0-60mA 0-20mA of gelijkwaardig aanbrengen.(één per fase). Met optioneel stroom meetwaarde omvormers.
3.1.4-38
In de voedings- en verdeelkast moet een bedieningsschakelaar aanwezig zijn voor het handmatig schakelen van de magneetschakelaar
3.1.4-39
De voedings- en verdeelkast moet zijn voorzien van 6 krachtgroepen, waarvan 1 reserve, met 25A beveiligingselement waarvan de beveiliging is ingesteld op 10 A.
3.1.4-40
In de voedings- en verdeelkast moet het aansluiten van uitgaande kabels naar de lichtmasten tot stand komen door installatieklemmen.
3.1.4-41
De voedings- en verdeelkast dient te zijn voorzien van een aparte groep voor binnenverlichting met PL 9 Watt lamp met deurschakelaar, service wandcontactdoos.
3.1.4-42
Onderdelen moeten in compartimenten zijn gemonteerd. De compartimenten moeten op een watervaste hechthouten plaat in de voedings- en verdeelkast zijn gemonteerd.
3.1.4-43
Op de montageplaat moet één 35mm2 aardklem aanwezig zijn voor aansluiting van een aardelektrode 25 mm2.
3.1.4-44
In het compartiment met klemmenstrook voor aansluiting van de installatie op de voedingskabels moet één aardrail zijn aangebracht voor aansluiten van de aardschermen van de voedingskabels.
Technisch
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-45
De voedings- en verdeelkast heeft de volgende minimum specificaties:
Ingangsspanning : 400/230V (+/- 5 % ) 50 Hz
Nominale stroom van het verdeelsysteem : Ten minste gelijk aan de nominale stroom van de aansluiting hoofdschakelaar van de kast.
Selectiviteit : Beveiliging instellen op nominale stroombelasting.
Beschermingsgraad kast : Ten minste IP 55b
Beschermingsgraad componenten : Ten minste IP 23
Maximale omgevingstemperatuur : 40 °C
Minimale omgevingstemperatuur : - 20 °C
Maximale Luchtvochtigheid : 95%
3.1.4-46
Voor onderhoud en om schade spanningsloos te kunnen herstellen zijn afgaande groepen vrij schakelbaar. Bij werkzaamheden aan een spanningsvrij gemaakte groep moeten andere groepen ongestoord kunnen blijven functioneren. De voedings- en verdeelkast dient te zijn beveiligd tegen kortsluiting en overbelasting. Een kortsluiting in de gesloten voedings- en verdeelkast, mag buiten de verdeler geen letsel of schade kunnen veroorzaken. Als door kortsluiting schade ontstaat moet de schade beperkt blijven tot het desbetreffende compartiment.
3.1.4-47
Plaatselijke bediening is mogelijk, onafhankelijk van de beschikbaarheid van het ISU signaal. Bedieningshandelingen voor bedrijfsvoering moeten kunnen worden gedaan door iemand met VOP-bevoegdheid. Inschakelen van de inkomende voeding moet zijn te blokkeren door bijv. hangslotvergrendeling. Om veilig te kunnen werken moet het ISU signaal naar de magneet schakelaars kunnen worden geblokkeerd.
Gebruikersvriendelijke signalering en bediening wordt bereikt door:
• Coderen
• Het gebruik van single line diagrammen van het hoofdstroomcircuit.
• Overzichtelijke signalerings- en bedieningsfuncties.
• De status van de groepen (ingeschakeld, uitgeschakeld, getript) is af te lezen van de beveiligingselementen in de voedings- en verdeelkast.
3.1.4-48
Door middel van visuele inspectie en met behulp van standaard meetinstrumenten (universeelmeter, duspol, Ampère tang etc.) moet het volgende zijn vast te stellen:
• De statussen ingeschakeld, uitgeschakeld, getript, etc.
• Spanning op inkomende / uitgaande groepen.
• Totaalstroom uitgaande groepen.
• Onbalans tussen de fasen van de afgaande groepen.
3.1.4-49
Uit oogpunt van veiligheid, bediening en onderhoud is het ontwerp van de voedings- en verdeelkast ergonomisch verantwoord. De elektrische veiligheid van de voedings- en verdeelkast is zodanig dat bedieningshandelingen voor bedrijfsvoering zonder gevaar voor letsel of schade kunnen worden uitgevoerd. De al dan niet geopende voedings- en verdeelkast met de hierin gemonteerde componenten, dient aanrakingsveilig te zijn. Metingen moeten, zonder gevaar van kortsluiting of het gevaar in aanraking te komen met spanningvoerende delen, kunnen worden uitgevoerd. De onderlinge scheiding in de voedings- en verdeelkast moet zodanig zijn, dat zekeringen of installatieautomaten of andere beveiliging door iemand met VOP-bevoegdheid kunnen worden vervangen. Onderhoudswerkzaamheden dienen altijd in spanningsloze toestand te kunnen worden uitgevoerd. Het veilig werken aan verdeelgroepen moet mogelijk zijn, terwijl het verdeelsysteem onder spanning blijft.
In verband met het veilig kunnen uitvoeren van (onderhouds)werkzaamheden is onderstaande compartimentering vereist.
• Bijvoorbeeld patroonhouders voor hoofdzekeringen inkomende voeding.
• Hoofdschakelaar inkomende voeding.
• Groep voor voeding ISU, magneetschakelaar, stroomomvormers, handbediening en service WCD.
• Zes krachtgroepen (1 reserve) met hun beveiliging.
• Leeg compartiment voorzien van kabelinvoeren met trekontlasting voor kabels.
• Installatiekast met klemmenstrook voor het aansluiten van de installatie op de afgaande voeding voedingskabels.
De compartimenten, tenminste IP 55 bestaan uit kunststof kasten met doorzichtige kunststof deksels.
3.1.4-50
Gedurende de levenscyclus van de voedings- en verdeelkast dienen onderdelen, als de hoofdschakelaar en installatieautomaten of netbeveiliging vervangen te kunnen worden door een ander fabrikaat of type zonder dat hiervoor de constructie in de kast hoeft te worden gewijzigd.
3.1.4-51
Om apparatuur /onderdelen van de voedings- en verdeelkast eenvoudig en snel te kunnen vervangen:
• Zijn compartimenten modulair van opbouw en bij voorkeur uitgevoerd met gestandaardiseerde stekerverbindingen.
• Zijn waar mogelijk snelsluitingen gebruikt.
• Is het aantal los te nemen verbindingen zo klein mogelijk.
• Is het aantal typen verbindingen zo klein mogelijk.
• Kan het los nemen van verbindingen door één man gebeuren.
• Kost het los nemen van verbindingen weinig tijd en vereist het bij voorkeur geen speciaal gereedschap.
Een voedings- en verdeelkast dient zo geconstrueerd te zijn dat bij een gemiddeld werktempo, een component binnen 5 minuten na het bereiken van de kast is te vervangen en de kast weer is afgesloten.
3.1.4-52
Voor een op een later tijdstip aan te brengen voorziening dienen extra kabels in de voedings- en verdeelkast te kunnen worden ingevoerd. De kabels moeten met voldoende overlengte kunnen worden ingevoerd.
3.1.4-53
Voedings- en verdeelkasten dienen voorzien te zijn van een of meerdere afsluitbare deuren.
3.1.4-54
De leverancier dient deursloten te leveren en aan te brengen in toegangsdeuren van de voedings- en verdeelkasten. De sloten dienen “halve profielcilinders GS” van het fabricaat NEMEF, type “KM” te zijn. De sloten zijn beveiligd/gecertificeerd op basis van “naamsbescherming” en zijn in principe door iedere dealer/tussenpersoon te bestellen bij NEMEF op vertoning van het certificaat. De leverancier van de voedings- en verdeelkasten dient van de cilinders een voorraad aan te houden (in verband met schades, bijvoorbeeld door vandalisme).
3.1.4-55
Bevestigingsmiddelen zoals o.a. bouten, ringen en moeren zijn van RVS, minimaal klasse A2.
3.1.4-56
Voedings- en verdeelkasten dienen te worden geleverd inclusief opgebrachte nummering en resopal tekstplaat met tekst: Gemeente Amsterdam DIVV. De nummering wordt bij afroep kenbaar gemaakt. De toe te passen cijfers aanbrengen op resopal tekstplaat wit, zwart, wit, inclusief bevestiging geschikt voor de levensduur van de voedings- en verdeelkasten. Cijfergrootte: 50mm breed en 70mm hoog. Resopal tekstplaat bovenaan op kastfront aanbrengen. Alle cijfercombinaties worden zonder punt aangebracht.
Conservering
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-57
Voor alle metalen delen die in kleur moeten worden uitgevoerd, geldt: Het gekozen systeem (poedercoating, het basismateriaal, de voorbehandeling plus twee lagen poederlak) moet optimale hechting, kleurechtheid en weersbestendigheid gedurende de levensduur van de garanderen.
3.1.4-58
Duurzaamheidklasse “hoog” conform ISO 12944 (levensduur > 15 jaar).
3.1.4-59
Corrosieklasse is minimaal C4-hoog
3.1.4-60
Het conserveringssysteem dient te bestaan uit een poedercoating bestaande uit Qualicoat klasse 1 producten (TGIC-vrij).
3.1.4-61
Minimaal 2 lagen, per laag minimaal 60 micrometer droge laagdikte.
3.1.4-62
De standaard kleur voor voedings- en verdeelkasten is RAL 7038. Incidenteel worden ook ander RAL kleuren toegepast.
3.1.4-63
De toegepaste RAL kleuren hebben een glansgraad van 80-90%.
Onderhoud en reiniging
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-64
De voedings- en verdeelkasten dienen zo te zijn ingericht dat onderhoud gemakkelijk is uit te voeren. Het regulier onderhoud van de voedings- en verdeelkasten zal 3 x in de 10 jaar plaats vinden. Onderhoud wordt uitgevoerd op locatie door derden.
Onder dit onderhoud wordt verstaan:
• Reiniging buitenzijde met reinigingsmiddel en zachte borstel.
• Visuele inspectie componenten.
• Onderhoud van bewegende delen.
• Uitvoeren van kleine reparaties.
• Meten aardverspreidingsweerstand en de aardcircuitweerstand.
• Functietest.
De voedings- en verdeelkasten dienen hiervoor geschikt te zijn.
Levensduur
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-65
De voedings- en verdeelkasten moeten gedurende een periode van 20 jaar probleemloos functioneren.
3.1.4-66
De toe te passen componenten in de OV kast hebben een te verwachten levensduur van ten minste 10 jaar.
3.1.4-67
Tot 20 jaar na aflevering heeft de leverancier alle reservedelen binnen 24 uur beschikbaar.
3.1.4-68
Bij regulier onderhoud moet de onder 3.6.1 vereiste IP-waarde over een periode van 20 jaar kunnen worden gehaald. Dit betekent dat afdichtingmaterialen moeten worden toegepast die gedurende 20 jaar hun functie behouden en de voedings- en verdeelkasten tenminste 20 jaar vormvast blijven.
3.1.4-69
Alle toegepaste materialen dienen corrosiebestendig te zijn, of hebben een corrosiebestendige oppervlaktebehandeling ondergaan die de corrosiebestendigheid gedurende de levensduur van de voedings- en verdeelkasten garandeert.
3.1.4-70
Contactcorrosie mag niet optreden.
3.1.4-71
Alle bevestigingsmaterialen, die bij onderhoud of reparatie worden gedemonteerd, dienen gedurende de levensduur demontabel te zijn.
3.1.4-72
Alle toegepaste materialen moeten gedurende de levensduur UV-stabiel zijn.
Milieu en duurzaamheid
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-73
In het ontwerp dient aantoonbaar rekening te worden gehouden met de beheer- en onderhoudskosten door optimalisatie van energiebesparing en duurzaamheid.
3.1.4-74
De voedings- en verdeelkasten dienen inclusief bevestigingsmaterialen en deur te worden vervaardigd uit recyclebaar kunststof of uit metaal.
3.1.4-75
Er dienen geen milieubelastende coatings te worden aangebracht.
3.1.4-76
De voedings- en verdeelkasten voldoen aan de eisen die de EU-richtlijnen en –wetgeving op het gebied van de beperking van het gebruik van gevaarlijke stoffen stelt.
3.1.4-77
De door de leverancier aan te bieden producten en diensten voldoen aan de geldende kwaliteit- en milieunormen. Daarnaast voldoen de producten en diensten aan de Nederlandse Arbo-wet- en –regelgeving, Nederlandse Milieuwet- en –regelgeving, de wet- en –regelgeving op het gebied van brandveiligheid en de relevante actuele aanvulling op deze wet- en regelgevingen. Eventuele wet- en regelgeving omtrent Arbo-, milieu en brandveiligheid dient ook te worden nageleefd.
3.1.4-78
De leverancier dient alle producten, indien van toepassing, in milieuvriendelijke materialen verpakt aan te leveren. Dat wil zeggen: dat er zo min mogelijk gebruik is gemaakt van schadelijke stoffen, zware metalen en fossiele brandstoffen, bij voorkeur bestaand gerecycled materiaal. De leverancier is verplicht verpakkingsmaterialen retour te nemen op het moment van levering, zonder additionele kosten in rekening te brengen.
3.1.4-79
De leverancier zoekt actief naar duurzame oplossingen en adviseert de Opdrachtgever daar gevraagd en ongevraagd over.
3.1.4-80
Het gebruik van duurzame, recyclebare en minder milieubelastende materialen dient te voldoen aan de ‘Nederlandse Emissie Richtlijnen’ (NER) en aan de Eural (Europese Afvalstoffenlijst).
Garanties
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-81
De leeftijd van de door de leverancier geleverde producten en/of onderdelen dient te worden vastgesteld aan de hand van een duurzaam aangebrachte codering voorzien van leveranciersnaam, leveringsjaar en –kwartaal.
3.1.4-82
De leverancier dient de goede werking en uitvoering van de door haar geleverde producten en onderdelen te garanderen. Alle geleverde producten worden door haar af fabriek gecontroleerd op juiste uitvoering en werking en als bewijs daarvan voorzien van een controlesticker. Deze sticker moet goed zichtbaar aan de binnenzijde van de armatuur zijn aangebracht en voorzien zijn van een controledatum.
3.1.4-83
De leverancier dient garantie te verstrekken op de conservering van nieuw aan te leveren onderdelen. De garantie betreft de onderdelen die aan het “normaal“ milieu worden blootgesteld. Onder “normaal” milieu worden de omstandigheden bedoeld die om en nabij Amsterdam gelden.
Voedingskabels
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-84
Het eigen voedingsnet dient een herkenbare voedingskabel te hebben zodat het onderscheid tussen de OVL kabel en de overige kabels in de grond direct te maken is. Voor de openbare verlichting is een standaard kabelkleur genormaliseerd. Deze kleurstelling bestaat uit een grijze mantel met groene strepen. In een OVL kabel worden gietmoffen toegepast.
Eisen algemeen
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-85
Voedingskabel moet halogeenvrij zijn volgens NEN-EN 50267
3.1.4-86
Voedingskabel moet voldoen aan de IEC 60754
3.1.4-87
Voedingskabel moet voldoen aan de KEMA norm K-162
3.1.4-88
Voedingskabel is geschikt voor toepassing in de openbare verlichting.
3.1.4-89
Voedingskabel heeft KEMA-KEUR
Eisen gebruik
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-90
De minimuminstallatie temperatuur bedraagt minimaal -20°C FE
3.1.4-91
De gebruikstemperatuur bedraagt bij vaste aanleg minimaal -20°C en max. +40°C omgevingstemperatuur.
Eisen elektronisch
De elektronische eisen moeten worden nageleefd om er een veilig en werkbaar object van te maken. Het moet voldoen aan de geldende eisen zodat een daar toe gekwalificeerd persoon er veilig aan kan werken. De elektrische eisen zijn er tevens op gericht om duurzame en verantwoorde producten toe te passen.
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-92
De voedingskabel moet minimaal 1kV kunnen verdragen.
3.1.4-93
De voedingskabel is geschikt voor een maximale continue geleidertemperatuur van 90 °C en tijdelijk overbelastbaar tot 130 °C
3.1.4-94
Een drieaderige voedingskabel heeft de aderkleuren: bruin, zwart en blauw.
3.1.4-95
Een vieraderige voedingskabel heeft de aderkleuren: bruin, zwart, grijs en blauw.
Eisen constructie
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-96
De geleiders zijn van blank rond koper en zijn rond.
3.1.4-97
De aderisolatie is van gevulcaniseerd polythyleen (XLPE).
3.1.4-98
De binnen- en buitenmantel is van Polyetheen (PE).
3.1.4-99
De omvlechtinis van gegalvaniseerde staaldraden.
3.1.4-100
De voedingskabel is voorzien van een aardlitze.
Eisen levensduur
De totale kosten voor de openbare verlichting zijn aanzienlijk, daar waar een langere levensduur mogelijk is, levert dat een besparing op in het onderhouden en het vervangen van onderdelen van het voedingsnet. Onderstaande eisen zijn er dan ook op gericht om de levensduur zoveel mogelijk te verlengen.
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-101
De te verwachten levensduur van de voedingskabel bedraagt minimaal 40 jaar.
3.1.4-102
De voedingskabel dient te worden vervaardigd uit recyclebare materialen.
3.1.4-103
De voedingskabel voldoet aan de eisen die de EU-richtlijnen en –wetgeving op het gebied van de beperking van het gebruik van gevaarlijke stoffen stelt.
3.1.4-104
De te leveren voedingskabel voldoet aan de geldende kwaliteit- en milieunormen. Daarnaast voldoen de producten en diensten aan de Nederlandse Arbowet, Nederlandse Milieuwet en de wet- en –regelgeving op het gebied van brandveiligheid en de relevante actuele aanvulling op deze wet- en regelgevingen. Eventuele wet- en regelgeving omtrent Arbo-, milieu en brandveiligheid dient ook te worden nageleefd.
3.1.4-105
De leverancier dient alle producten, indien van toepassing, in milieuvriendelijke materialen verpakt aan te leveren. Dat wil zeggen: dat er zo min mogelijk gebruik is gemaakt van schadelijke stoffen, zware metalen en fossiele brandstoffen, bij voorkeur bestaand gerecycled materiaal. Leverancier is verplicht verpakkingsmaterialen retour te nemen op het moment van een levering, zonder additionele kosten in rekening te brengen.
3.1.4-106
Het gebruik van duurzame, recyclebare en minder milieubelastende materialen dient te voldoen aan de Nederlandse Emissie Richtlijnen (NER) en aan de Eural (Europese Afvalstoffenlijst).
Aansluitkastjes
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-107
Zowel de netbeheerder van het gereguleerde voedingsnet als de gemeente Den Helder, als netbeheerder van het eigen voedingsnet passen de volgende aansluitkastjes toe:
• Faget LS 94 of gelijkwaardig voor lichtpunthoogten kleiner dan 8m.
• Faget LS104 of gelijkwaardig voor lichtpunthoogten vanaf 8m.
• Faget LS100 of gelijkwaardig voor alle lichtpunthoogten.
3.1.4-108
Het aansluitkastje wordt direct achter het toegangsdeurtje tot mast aan een RVS montagerail (C-rail) met 2 hittebestendige glijmoeren M6 bevestigd. In een gevel voedings- en verdeelkastje is dit doorgaans op een watervaste hechtplaat. Het aansluitkastje dient volledig te zijn afgeschermd.
3.1.4-109
Het aansluitkastje dient te zijn voorzien van een trekontlasing voor voedingskabel en het aansluitsnoer voor het armatuur.
3.1.4-110
Het aansluitkastje dient geschikt te zijn voor een of meerdere zekeringen E27 DII.
3.1.4-111
Het aansluitkastje dient te zijn voorzien van een automatische aarding.
3.1.4-112
Het aansluitkastje dient te zijn voorzien van KEMA en CE-keurmerk.
Aardelektroden
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
3.1.4-113
De aardelektrode dient een aardverspreidingsweerstand te hebben van Ra=25/I nominaal
3.1.4-114
Indien de kabellengte dusdanig is dat de weerstandwaarde in de aarddraad boven het niveau uitstijgt zal de kabel moeten worden aangesloten op een ter plaatse, of aan het eind van de kabel, aan te brengen aardelektrode.
3.1.4-115
Aardelektroden moeten bij inbedrijfname zijn gecontroleerd op een voldoende weerstandwaarde
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.5.1
Artikel 4.3.1.4