Voor het totaal vigerende beleid wordt verwezen naar het Programma Stedelijk Water en Riolering.
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting/verwijzing
4.4.1-1
Ten behoeve van de aanleg van de riolering dient het stelselkeuze, ontwerp en de bijbehorende berekening(en), in overleg en ter goedkeuring van de rioolbeheerder, gemaakt te worden.
De berekening geeft naast de gegevens voor het aan te brengen stelsel, ook de gevolgen weer voor het betreffende bemalingsgebied.
4.4.1-2
Bij nieuwbouw en/of renovatie wordt een gescheiden stelsel aangelegd.
Gemengde stelsels (voor het inzamelen en gecombineerd afvoeren van huishoudelijk afvalwater en regenwater) worden niet meer aangelegd
Uitgangspunt is dat afvalwaterstromen zoveel mogelijk gescheiden blijven.
4.4.1-3
De gemeente hanteert de drietrapsstrategie vasthouden/infiltreren-bergen- afvoeren.
4.4.1-4
Bij nieuwbouwplannen en zover mogelijk bij herstructureringen/rioolvervangingen geldt als uitgangspunt dat een bui met een herhalingstijd van 1 x 100 jaar (70 mm/h) niet tot waterschade aan woningen leidt. Kritieke infrastructuur moet begaanbaar blijven bij een maatgevende bui van 120 mm/h.
4.4.1-5
Voor het ontwerp zijn minimale kosten, storingen, energie en klachten in de beheerfase leidend.
Extra (mini)gemalen in beheer worden niet geaccepteerd, als aansluiten onder vrijverval technisch mogelijk is
4.4.1-6
De gemeente heeft binnen de bebouwde kom de zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater of daarmee overeenkomstig dat gezuiverd kan worden. Voor de inzameling van bedrijfs- en/of proceswater is de inzamelplicht niet van toepassing.
4.4.1-7
Lozingen die kwalitatief en/of kwantitatief leiden tot schade en/of verminderd functioneren van de riolering en/of zuivering mogen niet geloosd worden op de riolering.
4.4.1-8
Hoofdriolering wordt in gemeentelijk openbaar terrein aangelegd en wordt bij voorkeur in de as van de weg aangelegd.
De gemeente kan het riool zonder aanvullende maatregelen beheren, onderhouden, repareren en vervangen.
4.4.1-9
Het ‘overdachtspunt’ particulier – gemeente bevindt zich ca 50cm op particulier terrein, In de huisaansluiting wordt voor zowel DWA als HWA een erfscheidingsput opgenomen.
Door toepassing van een erfscheidingsput is duidelijk waar de beheergrens van de gemeente ligt.
4.4.1-10
Als een perceel aan het oppervlaktewater grenst, is deze verplicht op het oppervlaktewater te lozen en zij krijgen geen hemelwater aansluiting.
4.4.1-11
Aanpassingen aan het bestaande stelsel, ten gevolge van een locatieontwikkeling, komen ten laste van deze nieuwe locatieontwikkeling. Dit geldt ook voor mogelijke aanpassingen aan gemalen en leidingen.
De rioolmiddelen (rioolheffing) zijn bedoeld voor het instant houden en vervangen van het bestaande riool. Aanleg en aanpassing van de riool agv nieuwe ontwikkelingen worden gefinancierd uit de (bouwgrond) exploitatie.
4.4.1-12
Openbare percelen waarin gemeentelijke riolen liggen worden in principe niet uitgegeven voor verkoop of verhuur. Bij eventuele verkoop en/of verhuur dient het aanwezige riool verplaatst te worden naar een locatie die wel bereikbaar blijft. De kosten voor het verplaatsen en/of aanpassen van het betreffende riool zijn ten laste van de perceelkoper.
E.e.a. in overleg met de rioolbeheerder.
4.4.1-13
Bij het DT-riool (Drainage Transportriool) geldt, zo veel mogelijk draineren in de bodem en daarna op het oppervlaktewater lozen. In situaties waarbij sprake is van milieutechnische vervuiling (vervuilde grond/overslagterreinen / brandstofdepots ev.) kan de gemeente een andere oplossing eisen.
Bij vervuilde grond bestaat de kans op verspreiding van de vervuiling via het DT-riool
4.4.1-14
Minimale hoogte van het vloerpeil boven het hoogste punt van de rijweg is 0,25 m.
Door een voldoende hoog vloerpeil aan te houden is de kans op waterschade bij extreme regenval minimaal.
4.4.1-15
Bij nieuwbouw of renovatie wordt er in stegen en brandgangen op gemeentegrond een DT-riool aangelegd met daarop kolken aangesloten. De afstand van kolk naar kolk is maximaal 25 m. De steeg moet minimaal 1,50 m breed zijn.
4.4.1-16
Afwatering van openbaar naar particulier terrein is in principe niet toegestaan.
Afwijken mag alleen in overleg met en na toestemming van de beheerder rioleringen.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.5.1
Artikel 4.4.2