Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting/verwijzing
4.4.2-1
Onderzoeken, berekeningen etc. dienen te worden uitgevoerd door hiertoe gespecialiseerde adviesbureaus.
4.4.2-2
Onderzoeken worden tijdig, bij voorkeur in de initiatieffase, opgestart. Door tijdig opstarten zijn benodigde gegevens op tijd bekend voor de ontwerpfase.
Sommige onderzoeken hebben een lange doorlooptijd. Dn hierbij aan grondwatermetingen. Om de GHG te bepalen dient minimaal 1 jaar (bij voorkeur) hoogfrequent gemeten te worden.
4.4.2-3
Door middel van een geotechnisch onderzoek (incl sonderingen en bodemmonsters) en zettingsberekening (D-setlle o.g.) moet worden aangetoond dat de restzetting 10.000 dagen na oplevering grondwerk (voorbelasting) minder dan 5cm is.
Op basis van dit onderzoek worden zettingsanalyses uitgevoerd en kan een voorbelastingsplan worden opgesteld.
4.4.2-4
Door middel van een geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat de ontwikkeling (of het project) niet leidt tot een verslechtering van de geohydrologische situatie binnen het plangebied en de omgeving.
Doormiddel van grondwatermetingen, boringen met boorbeschrijvingen volgens NEN-EN-ISO 14688, k-waarde metingen, etc. wordt de huidige grondwatersituatie en kwel in beeld gebracht. Op basis van het plan/project wordt de toekomstige grondwatersituatie berekend. De nieuwe situatie moet voldoen aan de ontwateringseisen die door de gemeente zijn vastgesteld.
4.4.2-5
Door middel van een doorlatendheidsonderzoek wordt onderzocht of het plangebied geschikt is voor hemelwaterinfiltratie of waar drainage van overtollig grondwater nodig is.
Afhankelijk van de projectfase wordt een oriënterend en traject specifiek doorlatendheidsonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek, berekeningen en rapportage dient conform bijlage 2 van de leidraad C2510 te worden uitgevoerd. Alle aspecten, aandachtspunten, werkzaamheden etc. die opgenomen zijn in bijlage 2, dienen terug te komen in de rapportage.
4.4.2-6
Op basis van onderzoeken en berekeningen dient een drainage- en ontwateringsplan worden opgesteld. Dit plan vormt de basis voor het definitieve ontwerp.
4.4.2-7
Voor het rioolontwerp en de rioolberekeningen is het PVE rioleringsberekeningen van de gemeente Den Helder van toepassing. In deze LIOR wordt derhalve niet verder ingegaan op dit onderwerp.
Zo wordt geborgd dat de plannen en ontwerpen uniform worden aangeleverd met de juiste gegevens en opleverdocumenten.
De laatste versie van het PVE moet worden opgevraagd bij de vakgroep riolering.
4.4.2-8
Bij het ontwerp en berekening uitgaan van de “Kennisbank Stedelijk Water” uitgegeven door de stichting RIONED.
4.4.2-9
De droogweerafvoer (DWA) wordt onderverdeeld in huishoudelijk afvalwater, industrieel afvalwater en “vreemd” water. Onder de laatste term wordt onder meer infiltrerend grondwater verstaan, dit komt voor bij oude gescheurde of lekke buizen.
4.4.2-10
Huishoudelijk afvalwater
Bij het ontwerpen van rioolstelsels rekening te houden met een afvoer van huishoudelijk afvalwater gelijk aan 12 l/(inw/h). Hierbij wordt aangenomen dat de totale hoeveelheid huishoudelijk afvalwater van 120 l/(inw/dag) in 10 h wordt afgevoerd.
Voor speciale gebouwen als kazernes, scholen, ziekenhuizen, sportcomplexen en dergelijke is het nodig het piekdebiet van het in het gebouw geloosde afvalwater te kennen.
Gemeenschappelijke douches in scholen of sportinstellingen en klimaatregelingsinstallaties lozen permanent gedurende een relatief korte tijd. Bij het berekenen van de afvoerleidingen wordt dan uitgegaan van een debiet gelijk aan de som van de lozingsdebieten van alle aangesloten toestellen. Met andere woorden: bepaal aan de hand van aangesloten toestellen het debiet voor speciale gebouwen als kazernes, scholen, ziekenhuizen, sportcomplexen en dergelijke is het nodig het piekdebiet van het in het gebouw geloosde afvalwater te kennen.
Gemeenschappelijke douches in scholen of sportinstellingen en klimaatregelingsinstallaties lozen permanent gedurende een relatief korte tijd. Bij het berekenen van de afvoerleidingen wordt dan uitgegaan van een debiet gelijk aan de som van de lozingsdebieten van alle aangesloten toestellen. Met andere woorden: bepaal aan de hand van aangesloten toestellen het debiet.
4.4.2-11
Rioolberekeningen uitvoeren met het softwareprogramma infoworks ICM en het totale model bij oplevering beschikbaar stellen aan de gemeente.
De gemeente heeft een infoworks model van de totale riolering. Het project model wordt hieraan toegevoegd.
4.4.2-12
Diameters van persleiding berekenen a.d.v PIPE-FLO of WANDA leidingberekeningen en berekeningen van de gemaalleverancier.
4.4.2-13
De maximale vullingsgraad van het DWA-riool bedraagt 50%.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.5.1
Artikel 4.4.3