Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
4.4.5.4-1
Kolken dienen te zijn voorzien van een achter-aansluiting rond 125 mm.
4.4.5.4-2
Kolken dienen te zijn voorzien van een zandvang van minimaal 40 liter en stankslot.
4.4.5.4-3
De kolk dient te passen bij de toegepaste of aanwezige kantopsluiting.
4.4.5.4-4
Kolken toepassen in de volgende samenstelling:
Tegra kolk met PP onderbak ZW en gietijzeren kop tweedelig
In de binnenstad kolken met vergrendelbare deksel toepassen.
4.4.5.4-5
Maximaal 2 kolken op 1 standpijp aansluiten. Aansluiting uitvoeren d.m.v. flexibel stroom T-stuk met zettingsconstructie.
4.4.5.4-6
Bij wegen per zijde van de weg kolken plaatsen, maximaal op 20 meter h.o.h. plaatsen in de rechtstand. In bochten h.o.h 18 meter.
4.4.5.4-7
Per kolk mag 100m2 afvoerend oppervlak worden aangesloten
Norm: Kennisbank Rioned (Leidraad B3000-hoofdstuk 4.4)
4.4.5.4-8
Bij grotere verhardingsoppervlakken zoals pleinen maximaal 150 m2 verhard oppervlak aansluiten op 1 kolk.
4.4.5.4-9
Situeer in de nabijheid van elk tangentpunt een kolk en plaats deze 2,00 m uit het tangentpunt van de bocht.
4.4.5.4-10
Kolken niet tegen een verkeersdrempel aan plaatsen.
4.4.5.4-11
Plaats geen kolken nabij, inritten naar eigen terrein, invalide-inritten en gehandicapten parkeerplaatsen.
4.4.5.4-12
Kolken in bermen naast verharding dienen te worden voorzien van 1,0 m2 straatwerk.
4.4.5.4-13
Voorkom zoveel mogelijk het plaatsen van kolken binnen de kroonprojectie van bomen.
4.4.5.4-14
Plaats bij parkeervakken de kolken in een molgoot tussen rijbaan en parkeervak.
Kolken zijn hierdoor bereikbaar voor de kolkenzuiger
4.4.5.4-15
Het reinigen van een kolk moet op een dusdanige wijze uitgevoerd worden dat er geen schade aan de kolk en of appendages ontstaan.
4.4.5.4-16
Indien mogelijk dienen er een of meerdere kolken aangesloten te worden op de eind put t.b.v. doorstroming in de buis. Alleen toepassen in een beginput op het hoogste punt.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.5.1
Artikel 4.4.6.4