Naar hoofdinhoud
Code Omschrijving eis/uitgangspunt Toelichting / verwijzing 4.4.5.3-1 Bij nieuwbouw en vervanging situaties heeft elke woning, bedrijf of pand een eigen vuil- en hemelwater aansluiting. 4.4.5.3-2 Iedere huisaansluiting dient voorzien te worden van een controle/ontstoppingsput PK Ø 315. Deze moet geplaatst worden op particulier terrein 50 cm uit de erfgrens. Het overdrachtspunt particulier – gemeente bevindt zich 50 cm vanaf de erfgrens op particulier terrein. De controle/ontstoppingsput is in beheer en eigendom van de perceeleigenaar 4.4.5.3-3 Indien de gevel de erfgrens is, dan wordt de eerste 50cm vanaf de gevel beschouwd als particuliere leiding. 4.4.5.3-4 Bij huisaansluitingen slechts 1 aansluiting per opzetter/standpijp. 4.4.5.3-5 Zowel bij vuil- als hemelwater wordt een controle/ontstoppingsput opgenomen. 4.4.5.3-6 HWA en DWA leidingen dienen bij de erfgrens gescheiden aangeboden te worden. 4.4.5.3-7 Afschot van huisaansluitingen bedraagt 1:100 tot 1:200. 4.4.5.3-8 Huisaansluitingen van het ene perceel mogen niet over het perceel van derden lopen 4.4.5.3-9 Uitgangspunt bij huisaansluitingen: geen bochtstukken toepassen in horizontale vlak. Indien dit niet mogelijk is, dan maximaal 45° hulpstukken toepassen. In verband met verstopping en uitvoeren reiniging. 4.4.5.3-10 De minimale dekking op de huis- of kolkaansluitingen, voor zover gelegen in de toekomstige gemeentegrond bedraagt min. 0,50 m. 4.4.5.3-11 De minimale dekking van kolk- en huisaansluitingen, gelegen onder de rijbaan, bedraagt minimaal 0,70 m. Te weinig dekking kan leiden tot schade/breuk aan de opzetter. 4.4.5.3-12 Huis- of kolkaansluitingen op een gemeenteriool moeten door of onder toezicht van de gemeentelijke toezichthouder worden gemaakt. 4.4.5.3-13 Houd op een buis bij niet fabrieksmatige aangebrachte inlaten een minimale afstand van 1,0 m aan. Bij kleinere afstanden wordt de leiding te veel verzwakt. 4.4.5.3-14 Een inlaat op “12 uur” aanbrengen. 4.4.5.3-15 Zetting zo veel mogelijk opvangen door toepassing van flexibele inlaten met zettingsmogelijkheid. 4.4.5.3-16 Perceelaansluitingen uitvoeren in PVC. 4.4.5.3-17 Diameters: Een huisaansluiting heeft een maximale diameter van Ø 200 Riolering kleiner of gelijk aan 200 worden gezien als huisaansluiting a. Huisaansluiting woning: minimaal Ø 125 mm b. Huisaansluiting appartementencomplex + DWA bedrijven: minimaal Ø160 mm c. Kolkaansluiting tot max. 2 kolken: Ø125 mm 4.4.5.3-18 De binnen onderkant van de huis- en kolkaansluitingen bij de aansluiting op het riool niet dieper leggen dan 0,20 m. boven het polderpeil. 4.4.5.3-19 Op het riool, aan de bovenzijde, en eventueel in de inspectieputten voldoende inlaten maken ten behoeve van huis- en kolkaansluitingen. Per 25 m riool minimaal één extra opzetter aanbrengen ten opzichte van het berekende benodigde aantal. De standleiding van deze inlaten minimaal een diameter van 160 mm geven. Per opzetter mag niet meer dan één vuilwater-huisaansluiting of twee kolkleidingen worden aangesloten. Extra inlaten op een betonnen riool dienen direct op een put te worden aangesloten. Extra inlaten op een kunststofriool dienen met minimaal 50 cm tussenruimte te worden uitgevoerd. Huisaansluitingen onder asfalt dienen direct op de put te worden aangesloten d.m.v. een nevenriool, liggend buiten de asfaltverharding, welke direct op een inspectieput aansluit.

Rechtspraak bij dit artikel