Omschrijving
Uitleg
Beplantingsconcept
Een combinatie van ontwerp, sortiment en grondbewerking en beheer.
Bloembollen
Een gewas die na de bloei afsterft en het volgende groeiseizoen weer op komt.
Bloemenweide
Kruidachtige vegetatie dat extensief wordt gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd. (1-2 keer)
Boom
Een boom is een houtachtig overblijvend gewas met een doorgaande stam dikker dan 10 cm doorsnede op een hoogte van 130 cm boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geld de dwarsdoorsnede van de dikste stam
Bosplantsoen
Houtachtige beplanting met struik en boomvormers en een kruidachtige onderlaag die extensief wordt beheerd.
Eenjarigen
Kruidachtige beplanting die niet vorstbestendig zijn en-/of een seizoen groeien.
Haag
Gesloten lijnvormige beplanting waarvan de hoogte en breedte door snoeien in stand wordt gehouden.
Habitus
Natuurlijke groeiwijze van een boom of heester
Heesterbeplanting
Houtige meerjarige opgaande beplanting.
Inboet
Het vervangen van slechtgevormde kwijnende afgestorven of verloren gegaan plantmateriaal door plantmateriaal van dezelfde soort.
Invasieve soorten
Soorten die zich buiten zijn natuurlijke verspreidingsgebied heeft gevestigd en die door vestiging en explosieve verspreiding schade kunnen veroorzaken aan natuur. Met als gevolg hoge kosten voor bestrijding.
Knotbomen
Een boom waarvan alle takken periodiek op een vaste hoogte wordt afgezet.
Oever
Het begroeide gebied tussen de waterlijn en de bovenkant van het talud.
Overkoken
Het doorgroeien van heesters over de rand van het plantvak met hinder als gevolg.
Plantenbakken
Een bak met beplanting met een verhoogde rand al dan niet met een gesloten onderkant.
Ruw gras
Een grasveld dat minder frequent wordt gemaaid waarbij het maaisel blijft liggen. (6-8 keer)
Schouwpad
De vrije ruimte die benodigd is voor het onderhoud van de watergang.
Siergazon
Een vlak grasveld dat intensief wordt gemaaid waarbij het maaisel blijft liggen. (18-24 keer)
Sierheesters
Houtachtige beplanting met struikvormers.
Snippergroen
Een klein stukje gemeentegrond zonder duidelijke functie voor de gemeentelijke groenstructuur.
Solitair
Vrijstaande boom of heester.
Talud
Een schuin vlak waarbij een hoogteverschil wordt overbrugd.
Vaste planten
Beplanting die jaarlijks bovengronds afsterft en die in het volgend voorjaar weer uit loopt.
Vormbomen
Een boom die met snoeien(knippen of scheren) in de gewenste gecultiveerde vorm wordt onderhouden.
Windsingel
Houtachtige beplanting met struik en boomvormers in lijnvorm met als hoofdfunctie afscherming en windkering.
Zoom
Een strook natuurlijke beplanting die de overgang vormt tussen opgaande beplanting (bosplantsoen en bos) en gras.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1