Duurzame gebruiksgoederen, zoals een koelkast of wasmachine, moet een inwoner in principe uit het inkomen betalen. Lukt het de inwoner niet om voor die kosten te sparen of de kosten achteraf te betalen, dan kan de inwoner een lening aanvragen bij de Kredietbank. Als zo’n lening niet mogelijk is, kan een inwoner in aanmerking komen voor bijzondere bijstand, als de kosten noodzakelijk zijn. Bij het beoordelen van de noodzaak van bijzondere bijstand kijkt de gemeente naar:
de grootte van de woning;
de grootte van het gezin; en
andere feiten en omstandigheden die van belang zijn.
De hoogte van de bijstand wordt bepaald aan de hand van de richtprijzen voor gebruiksgoederen uit de actuele prijzengids van het Nibud (inclusief verwijderingsbijdrage). Uitgangspunt is dat de bijstand de vorm van een geldlening heeft. De inwoner moet de lening in principe aflossen (zie artikel 2.3). In bijzondere omstandigheden kan de bijstand ‘om niet’ (als schenking) worden verstrekt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als de inwoner naar verwachting niet in staat is om de lening terug te betalen of in een schuldregeling zit.
Let op: inwoners die op grond van artikel 2.5.6 bijzondere bijstand of een lening hebben ontvangen voor woninginrichting, komen gedurende een periode van 36 maanden niet in aanmerking voor een lening of bijzondere bijstand op grond van dit artikel (2.5.5). Hiermee wordt voorkomen dat binnen korte tijd opnieuw ondersteuning voor vergelijkbare kosten wordt aangevraagd.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.5
Artikel 2.5.5
DUURZAME GEBRUIKSGOEDEREN (HUISHOUDELIJKE SPULLEN)
Onderdeel van Beleidsregels ondersteuning minima 2026