Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.5

Artikel 2.5.6

WONINGINRICHTING

Onderdeel van Beleidsregels ondersteuning minima 2026

Inwoners die hun woning moeten inrichten na een verhuizing, betalen de kosten in principe zelf. Bijzondere bijstand kan echter worden verstrekt als aan de volgende voorwaarden is voldaan: De verhuizing en de inrichtingskosten zijn noodzakelijk en onvoorzien; De inwoner heeft niet kunnen sparen voor de kosten; De inwoner kan geen gebruik maken van een lening bij de Kredietbank; De gemeente beoordeelt de noodzaak van de verhuizing en de kosten van de woninginrichting op basis van alle relevante feiten en omstandigheden. Maximale bedragen woninginrichting Voor inwoners die verhuizen naar een zelfstandige woning en behoefte hebben aan een volledige woninginrichting, geldt een bijzondere regeling: zij kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand die maximaal het bedrag is dat in de onderstaande tabel staat: Aantal personen Bedrag vanaf 1 januari 20256De normbedragen worden jaarlijks aangepast aan de hand van het prijsindexcijfer consumenten (bestedingen algemeen) dat het CBS jaarlijks vaststelt, en naar boven afgerond op hele euro’s. 1 persoon, kamerbewoner € 2347 1 persoon, zelfstandig wonend € 4568 2 personen, gehuwd/samenwonend € 6534 2 personen, kostendeler e.a. € 7169 3 personen € 7803 4 personen € 8438 5 personen € 9135 6 personen € 9770 Meer personen, per persoon extra € 634 Uitgangspunt is dat de inwoner een lening van de Kredietbank krijgt. De hoogte van die lening is maximaal 36 x 5% van de toepasselijke bijstandsnorm. Op de lening worden de kosten van het afsluiten van de lening en de te betalen rente over de looptijd van 36 maanden in mindering gebracht. Is het bedrag van de lening dat dan resteert lager dan het (bovengenoemde) normbedrag, dan kan het verschil als aanvullende bijzondere bijstand ‘om niet’ worden verstrekt. De inwoner is verplicht om de lening en de bijzondere bijstand te besteden aan inboedel en andere spullen voor een huishouden (zoals een fiets en laptop). De inwoner kan pas na 36 maanden opnieuw in aanmerking komen voor een lening of bijstand om duurzame gebruiksgoederen aan te schaffen. Besteding en verantwoording De inwoner is verplicht de lening en/of bijzondere bijstand uitsluitend te besteden aan inboedel en andere noodzakelijke goederen voor het huishouden. De gemeente vraagt in alle gevallen achteraf om bewijsstukken, zoals bonnen of bankafschriften, om te kunnen beoordelen of de verstrekte middelen doelmatig zijn besteed. Als uit een globale controle van de opgevraagde gegevens blijkt dat er mogelijk sprake is van ondoelmatige besteding of misbruik, kan de gemeente aanvullend onderzoek instellen. Indien sprake is van ondoelmatige besteding of het niet (tijdig) overleggen van verantwoording, kan (gedeeltelijke) terugvordering plaatsvinden. Bijzondere situaties: gezinshereniging Bij gezinshereniging kan het gezin in aanmerking komen voor extra bijzondere bijstand voor de kosten van woninginrichting. De hoogte van de bijzondere bijstand is dan: per kind maximaal het bedrag dat geldt voor 'Meer personen, per persoon extra' zoals opgenomen in dit artikel; voor de partner wordt geen extra bijzondere bijstand verstrekt; voor een volwassen kind en andere betrokkenen (bijvoorbeeld zus of neef) wordt eveneens maximaal het bedrag dat geldt voor 'Meer personen, per persoon extra' verstrekt. De aanvraag moet door de volwassene zelf worden ingediend. Deze bijzondere bijstand wordt verstrekt als bijzondere bijstand om niet. Let op: Inwoners die op grond van artikel 2.5.5 bijzondere bijstand of een lening hebben ontvangen voor woninginrichting, komen gedurende een periode van 36 maanden niet in aanmerking voor een lening of bijzondere bijstand op grond van dit artikel (2.5.6). Hiermee wordt voorkomen dat binnen korte tijd opnieuw ondersteuning voor vergelijkbare kosten wordt aangevraagd. Deze regeling is niet van toepassing op jongeren die voor het eerst uit het ouderlijk huis op zichzelf gaan wonen. Zij komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand op grond van dit artikel. In de gemeente worden tijdelijke woonvormen voor alleenstaande statushouders gefaciliteerd. De woning wordt aangeboden door een woningcorporatie en de inrichting wordt door de gemeente bekostigd. Wanneer deze statushouders doorstromen naar een permanente woning, kunnen zij opnieuw in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor inrichtingskosten, mits zij voldoen aan de geldende voorwaarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel