Reiskosten moeten in principe uit het inkomen worden betaald en blijven daardoor voor eigen rekening van de inwoner. De inwoner kan toch bijzondere bijstand ontvangen voor onderstaande reiskosten als aan de voorwaarden is voldaan (zie artikel 2.1).
Bij ziekenbezoek aan een familielid dat thuis of in een ziekenhuis of verpleeginrichting wordt verpleegd. Dan geldt het volgende:
Voor bezoek aan familieleden die bloed- of aanverwant zijn in de eerste en tweede graad, en aan de partner, geldt als uitgangspunt dat de inwoner tweemaal per week de zieke kan bezoeken;
voor bezoek aan kinderen tot 18 jaar geldt als uitgangspunt dat de ouder(s) dit kind dagelijks kan bezoeken; en
Bij het bezoeken van uit huis geplaatste kinderen door ouders geldt als uitgangspunt de voorgestelde omgangsregeling vanuit Jeugdzorg.
Bij het bezoeken van een naast familielid in een penitentiaire inrichting is de bezoekregeling die de penitentiaire inrichting voorstelt leidend. In bijzondere omstandigheden kan gemotiveerd van dit uitgangspunt worden afgeweken.
Bij het bezoeken van een medisch specialist, verbonden aan een ziekenhuis, of van de GGD en de GGZ. Onder medisch specialist wordt niet verstaan: huisarts, fysiotherapeut, tandarts en andere eerstelijns zorgverleners.
Wat betreft de hoogte van de bijstand: de inwoner ontvangt een vergoeding voor de daadwerkelijk gemaakte reiskosten op basis van vervoer per auto (€ 0,23 per km7 Dit bedrag wordt jaarlijks afgestemd op het bedrag dat de belastingdienst hanteert. De reiskostenvergoeding wordt niet afgerond op hele euro’s.), tenzij met het openbaar vervoer wordt gereisd. Dan worden deze kosten op basis van bewijsstukken vergoed. Voor het bepalen van de afstand is de kortste route via de ANWB-routeplanner (vervoersmiddel: auto) bepalend. Noodzakelijke bijkomende kosten, zoals parkeergeld en toltarieven komen ook voor bijzondere bijstand in aanmerking.
De inwoner is verplicht een bewijs van het afgelegde bezoek te overleggen, evenals bewijsstukken van de gemaakte kosten voor het openbaar vervoer of de bijkomende kosten van het eigen vervoer (parkeergeld en toltarieven). Zonder toereikende onderbouwing worden de kosten niet vergoed.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.5
Artikel 2.5.8
REISKOSTEN
Onderdeel van Beleidsregels ondersteuning minima 2026