Naar hoofdinhoud
Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de jeugdige en/of ouder(s) dan wel een wettelijk vertegenwoordiger vast met een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Ten aanzien van personen zonder de Nederlandse nationaliteit merkt het college voor de wet als geldig identiteitsbewijs aan: een vreemdelingendocument van het type I, II, III, IV of EU/EER; een verblijfskaart Ministerie van Buitenlandse Zaken (legale vreemdelingen); een buitenlands paspoort; of, een vreemdelingendocument van het type W (asielzoekers).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel