Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de jeugdige en/of ouder(s) dan wel een wettelijk vertegenwoordiger vast met een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Ten aanzien van personen zonder de Nederlandse nationaliteit merkt het college voor de wet als geldig identiteitsbewijs aan:
een vreemdelingendocument van het type I, II, III, IV of EU/EER;
een verblijfskaart Ministerie van Buitenlandse Zaken (legale vreemdelingen);
een buitenlands paspoort; of,
een vreemdelingendocument van het type W (asielzoekers).
Hoofdstuk 2.
Artikel 13.
Identificatie
Onderdeel van Integrale verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlissingen 2026