In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening staat in ieder geval:
of de voorziening in natura wordt verleend of als pgb wordt verstrekt;
de termijn van drie maanden waarbinnen de jeugdige zich moet melden bij een jeugdhulpaanbieder of het pgb moet besteden aan het doel waarvoor het is verstrekt;
hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
welke jeugdhulp toegekend is;
wie de jeugdhulp biedt;
wat de gestelde doelen zijn;
de aard, omvang en duur van de in te zetten jeugdhulp en vanaf welke datum de jeugdhulp start;
indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant (kunnen) zijn;
hoe en wanneer er geëvalueerd wordt.
Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval, naast de in het eerste en tweede lid genoemde zaken, vastgelegd:
voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend;
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
wat de hoogte van het pgb is en hoe dit is bepaald;
welke voorwaarden aan het pgb zijn verbonden;
wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld;
de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
Als een ondersteuningsplan is opgesteld, maakt het ondersteuningsplan onderdeel uit van de beschikking. In het geval dat een pgb wordt toegekend, maakt ook het budgetplan als bedoeld in artikel 30 lid 2 onderdeel uit van de beschikking.
In het besluit verstrekt het college informatie over de rechten en plichten van de jeugdige en/of ouder(s) op grond van de wet, verordening en nadere regels.
Het college kan periodiek onderzoeken of er een reden is een besluit te heroverwegen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 29.
Inhoud beschikking
Onderdeel van Integrale verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlissingen 2026