Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 30.

Regels voor persoonsgebonden budget

Onderdeel van Integrale verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlissingen 2026

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet en legt dit vast in een beschikking als bedoeld in artikel 29 van deze verordening. Als een jeugdige en/of ouder(s) in aanmerking komt voor een individuele voorziening en deze met een pgb wenst in te kopen, moeten zij een budgetplan opstellen volgens een door het college vastgesteld format. In het budgetplan staat in ieder geval: de motivering waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is en waarom zij een pgb wensen; welke jeugdhulp de jeugdige en/of ouder(s) willen inkopen met een pgb, wat het beoogde resultaat is en hoe wordt geëvalueerd; bij welke aanbieder zij de jeugdhulp willen inkopen en hoe de jeugdhulp georganiseerd wordt; hoe de kwaliteit van de jeugdhulp gewaarborgd is; wat de kosten van de jeugdhulp zijn, uitgedrukt in eenheden en tarief; wie het pgb beheert, hoe deze taken worden uitgevoerd en de motivatie aan de hand van de punten benoemd in artikel 31 waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; en, indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige en/of ouder(s) willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Het pgb heeft geen vrij besteedbaar bedrag. Het pgb mag niet gebruikt worden voor: kosten voor bemiddeling; kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; reiskosten van de hulpverlener; bijkomende zorgkosten, zoals cursuskosten of entreegeld; een overlijdensuitkering; kosten die worden gemaakt voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college; kosten voor vervoer als de jeugdige op grond van artikel 16 naar het oordeel van het college niet in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening; en, kosten voor een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, mits deze persoon: meerderjarig is; en, veilige, doelmatige en cliëntgerichtheid jeugdhulp verleent, die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige en/of ouder(s); en, deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de jeugdige en/of ouder(s) voor hem niet tot overbelasting leidt. Een uitzondering hierop is ggz-behandeling en vaktherapie. Dit kan alleen door een professional worden verleend die niet tot het sociale netwerk van de jeugdige behoort. Onder personen uit het sociaal netwerk wordt verstaan: familie van de jeugdige en/of ouder(s) tot en met bloed- of aanverwantschap in de derde graad; andere betrokkenen bij het gezin, zoals vrienden, buren, studenten, collega’s. Het college verstrekt een pgb als: de jeugdige en/of ouder(s) dan wel een wettelijk vertegenwoordiger motiveert dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend vinden; uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 31 blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en, naar het oordeel van het college en met inachtneming van artikel 33 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige en/of ouder(s) dan wel een wettelijk vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het budgetplan opgenomen beoogde resultaat. Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet als de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag: fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd; betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen; veroordeeld is tot een gevangenisstraf wegens het plegen van strafbare feiten; of op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder. Het college weigert een pgb: als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet van toepassing is; voor hulp die direct ingezet moet worden (crisishulp); en, voor pleegzorg. Het college kan nadere regels stellen over de aan een pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel