Artikel 1
Lid2
- - Met een gerichte sollicitatie wordt bedoeld: een sollicitatie op algemeen geaccepteerde arbeid, met als doel daadwerkelijk werk te verkrijgen, en niet uitsluitend om te voldoen aan de inspanningsverplichting.
Een sollicitatie wordt niet als realistisch beschouwd wanneer duidelijk is dat de functie buiten de mogelijkheden van de jongere valt. Bijvoorbeeld:
- - Solliciteren op een functie als chauffeur is niet realistisch wanneer iemand geen rijbewijs heeft.
- - Een vacature waarvoor een afgeronde hbo-opleiding vereist is, is niet realistisch voor iemand zonder startkwalificatie.
Artikel 2
Lid 1
De activiteiten die hieronder worden beschreven, staan op de website, worden bij de melding schriftelijk bevestigd en staan in de uitnodigingsbrief voor het intakegesprek.
Activiteiten voor opleiding
- - Inschrijfbewijs en startdatum van een passende opleiding(en).
- - Afspraakbevestigingen van gesprekken met:
- - School;
- - Het Doorstroompunt; of
- - Studiehulp en Advies - ROC Flevoland.
- - Bewijs van afwijzing(en) van opleidingen, inclusief vermelding van de reden van afwijzing.
- - Optioneel: Overige documenten die aantonen dat de jongere zich heeft ingespannen om een passende opleiding te vinden.
Activiteiten voor arbeid
- - Een actueel CV.
- - 5 passende sollicitaties per week, waarbij:
- - De sollicitaties realistisch zijn en betrekking hebben op functies die de betrokkene kan uitvoeren, ook indien deze onder het opleidingsniveau liggen.
- - De sollicitaties worden geregistreerd in het activiteitenoverzicht.
- - Upload van het CV bij 5 vacaturewebsites.
- - Inschrijving bij 3 uitzendbureaus.
Tijdens het gesprek wordt bepaald welke inspanningen redelijkerwijs van de jongere kunnen worden verwacht en in hoeverre, met toepassing van maatwerk, (voor een bepaalde periode) kan worden afgezien van de zoektermijn.
- - De gemaakte afspraken worden vastgelegd in een inspanningsplan en de uitvoering hiervan wordt door de jongere bijgehouden in het activiteitenoverzicht.
- - Indien de jongere ondanks herhaald verzoek niet deelneemt aan het intakegesprek, hetzij fysiek, hetzij telefonisch, dan gelden alle activiteiten ten aanzien van scholing en arbeid.
- - Wanneer de zoektermijn niet van toepassing is, wordt de jongere altijd geïnformeerd. De jongere (en/of gemachtigde) ontvangt per e-mail een brief met daarin een directe link (snellink) om de aanvraag voor algemene bijstand in te dienen. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat de jongere zo snel mogelijk toegang heeft tot de aanvraagprocedure, met inachtneming van de relevante termijnen zoals opgenomen in de Beleidsregels gegevens opvragen en verstrekken Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Almere.
Lid 2
Voorbeelden van kwetsbare omstandigheden kunnen zijn:
- - Problematische schulden. Een schuld is in ieder geval problematisch wanneer er een terugbetalingsverplichting op rust en de termijn daarvan is overschreden.
Jongeren die al deelnemen aan een schuldregelingstraject of ondersteuning krijgen bij het oplossen van schulden, kunnen uitgesloten worden van de zoektermijn. Jongeren die nog geen hulp ontvangen, moeten zich aanmelden bij Verder. Zodra aanmelding aantoonbaar is gedaan, kan worden afgezien van de (resterende) zoektermijn;
- - Vanwege een behandeltraject bij een erkende zorginstelling of kliniek, dat is gestart of binnenkort start, waardoor deelname aan scholing en/of werk niet haalbaar is;
- - Het niet beschikken over een startkwalificatie en onderwijs geen reële optie is;
- - Jongeren die uit detentie komen en bij wie het opleggen van een zoektermijn niet effectief is;
- - Andere zwaarwegende persoonlijke of gezinsomstandigheden.
Indien er sprake is van een gezamenlijke huishouding, en er voor één jongere geen zoektermijn geldt vanwege kwetsbare omstandigheden, blijft voor de andere jongere wel een zoektermijn gelden. De aanvraag kan wel direct in behandeling worden genomen.
Het besluit om de zoektermijn niet toe te passen wordt door het college gemotiveerd vastgelegd.
Lid 3
d. Zie beleidsregel, Vereenvoudiging aanvraagprocedure gemeente Almere 2026.
Artikel 3
Lid 1
Bij een verhuizing van de jongere naar een andere gemeente wordt formeel het recht op bijstand beëindigd. Indien de aanvraag in de opvolgende gemeente binnen 30 dagen plaatsvindt (artikel 45, lid 3, Participatiewet), wordt het recht op bijstand feitelijk voortgezet en is er sprake van overname door de opvolgende gemeente. In deze situatie is het niet noodzakelijk om de zoektermijn opnieuw op te leggen. De jongere heeft de zoektermijn immers al doorlopen in de oorspronkelijke gemeente voorafgaand aan de aanvraag om bijstand. Het opnieuw laten starten van een zoektermijn zou bovendien leiden tot een ongewenst onderscheid met jongeren die binnen dezelfde gemeente verhuizen.
Artikel 4
Lid 1
De Wsf wordt aangemerkt als een voorliggende voorziening die voor studerende jongeren passend en toereikend is. Hieronder valt tevens de mogelijkheid tot het verkrijgen van een lening. Dit betreft jongeren die aanspraak hebben op, dan wel aanspraak kunnen maken op, de Wsf.
De bepaling in artikel 13 lid 2, onder c van de Participatiewet is dwingend. Voor werk en inkomen bestaat hierin geen beleidsvrijheid. De wetgever heeft echter niet toegelicht wat precies wordt bedoeld met het “kunnen volgen” van door het rijk bekostigd onderwijs. Het begrip “kunnen volgen” kent twee dimensies: een technisch kunnen en een redelijkheidstoets. Enerzijds gaat het om de vraag of een jongere zich daadwerkelijk kan inschrijven en aanspraak kan maken op studiefinanciering. Anderzijds moet worden beoordeeld of het in redelijkheid van de jongere kan worden gevergd om onderwijs te volgen.
Bij die beoordeling kunnen omstandigheden zoals gezinsomstandigheden, fysieke of psychische beperkingen en de capaciteiten van de jongere een rol spelen. Als duidelijk is dat er nog mogelijkheden liggen binnen het reguliere onderwijs die onvoldoende zijn benut, moet werk en inkomen de aanvraag om bijstand weigeren.
Alleen het feit dat iemand bijvoorbeeld zwanger is, vormt op zichzelf geen reden om artikel 13, lid 2, onder c, Participatiewet niet toe te passen.
Wanneer er geen mogelijkheden meer zijn binnen het reguliere onderwijs, moet dit gemotiveerd worden vastgelegd. In dat geval staat bijstandsverlening niet in de weg. Voor deze beoordeling maakt werk en inkomen gebruik van het gemeentelijk beleid en van studiegegevens van de jongere die eventueel bij werk en inkomen bekend zijn en geraadpleegd kunnen worden.
Jongeren hebben een informatieplicht met betrekking tot de vraag in hoeverre het reguliere onderwijs nog mogelijkheden voor hen biedt. Bij de aanvraag voor bijstand dienen zij de documenten te overleggen die werk en inkomen nodig heeft om te beoordelen of het volgen van een door het rijk bekostigde opleiding mogelijk is. Deze verplichting vloeit voort uit artikel 41, lid 5, van de Participatiewet.
Lid 2
- - Jongeren zonder startkwalificatie: uitgangspunt is dat zij onderwijs volgen om een startkwalificatie te behalen, tenzij.
- - Jongeren met een startkwalificatie: scholing wordt alleen ingezet wanneer dit bijdraagt aan betere arbeidsmarktkansen.
- - Jongeren met mbo-3 of hoger: hoeven niet terug naar school; inzet richt zich op het verkrijgen van werk.
Lid 3
Een jongere die Vavo onderwijs volgt, heeft recht op Wtos en niet op Wsf. De jongere dient daarom te onderzoeken of en per wanneer aanspraak op Wsf kan worden gemaakt, zodat die per het eerstvolgende instroommoment kan overstappen naar een opleiding met aanspraak op Wsf, tenzij persoonlijke of andere relevante omstandigheden dit niet mogelijk maken.
Artikel 5
Als de jongere een BBL-opleiding gaat volgen of volgt, moet er sprake zijn van een arbeidsovereenkomst tussen de (toekomstige) werkgever en de jongere.
- - De jongere die een BBL-opleiding volgt, ontvangt een salaris conform de geldende cao in de betreffende branche of, indien geen cao van toepassing is, ten minste het wettelijk minimumloon.
- - Als er (nog) geen salaris wordt ontvangen in het kader van een BBL-opleiding, dient de jongere bewijsbaar te onderzoeken of een andere werkgever gevonden kan worden of een opleiding waarbij recht bestaat op studiefinanciering.
- - Als het college vaststelt dat de jongere geen andere mogelijkheden heeft, bestaat recht op (aanvullende) bijstand.
Artikel 6
Om de scholingsmogelijkheden van de jongere te beoordelen, is de jongere verplicht om uiterlijk bij het eindgesprek of bij het doen van de aanvraag de documenten te overleggen, zoals vastgelegd in het inspanningsplan. Indien er geen inspanningsplan is opgesteld, zijn de standaard scholingsactiviteiten van toepassing, zoals vermeld in de toelichting bij artikel 2 lid 2 (scholing).
Om de houding en het gedrag van de jongere ten aanzien van arbeidsverplichtingen van artikel 9 Participatiewet te beoordelen, is de jongere verplicht om uiterlijk bij het eindgesprek of bij het doen van de aanvraag de documenten te overleggen, zoals vermeld in de toelichting bij artikel 4, lid 1 (arbeid).