Indien een persoon van 18, 19 of 20 jaar die niet in een inrichting verblijft hogere bestaanskosten heeft dan de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 20 lid 1 t/m 3 van de Participatiewet, wordt aan deze persoon op grond van artikel 18 lid 1 van de Participatiewet aanvullende algemene bijstand verleend indien redelijkerwijs geen beroep kan worden gedaan op de onderhoudsplichtige (ouders).

De hoogte van de jongerennorm + de verhoging + de aanvullende algemene bijstand is in totaal gelijk aan de norm zoals bedoeld in artikel 21 van de Participatiewet in een vergelijkbare situatie.

Deze beleidsregel treedt in werking per 1 januari 2026.