Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Algemene regels voor een persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2026

1.. Als een inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een persoonsgebonden budget, toetst het college, onder andere aan de hand van het budgetplan als bedoeld in artikel 2.3, derde lid, of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6, tweede lid, van de wet opgenomen voorwaarden. 2.. Het persoonsgebonden budget mag niet worden besteed aan: kosten voor bemiddeling, voor tussenpersonen of voor belangenbehartigers, kosten voor het voeren van een administratie van het persoonsgebonden budget, kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een persoonsgebonden budget, kosten voor huisvesting, contributie voor een belangenorganisatie, de bijdrage in de kosten als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, kosten voor een feestdagenuitkering, of een eenmalige uitkering. 3.. Het persoonsgebonden budget mag niet buiten Nederland worden besteed. Het college kan bij nadere regeling bepalen onder welke criteria het persoonsgebonden budget buiten Nederland mag worden besteed. 4.. Een persoonsgebonden budget kan niet worden beheerd door de persoon of organisatie die de zorg of dienst bedrijfs- of beroepsmatig verleent. 5.. De informele zorg- of dienstverlener als bedoeld in artikel 5.3, derde lid, kan een persoonsgebonden budget beheren, mits hij in eerste, tweede of derde graad van bloed- of aanverwantschap tot de inwoner staat of een gezamenlijke huishouding met de inwoner voert. 6.. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het persoonsgebonden budget voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de inwoner het persoonsgebonden budget in die periode anders ten onrechte kan inzetten, of als ten aanzien van een inwoner een vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid aanhef en onderdeel a, d of e, van de wet. 7.. De voorzieningen dagopvang en ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding kunnen alleen met een persoonsgebonden budget worden ingekocht bij een zorg- of dienstverlener als bedoeld in artikel 5.3, tweede lid. Het college kan van deze regel afwijken als de inwoner of de beoogde zorg- of dienstverlener bewijzen dat de kwaliteit gewaarborgd is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel