De burgemeester draagt er bij de inzet van cameratoezicht op openbare plaatsen zorg voor dat de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen wordt gewaarborgd. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt daarbij als onlosmakelijk onderdeel betrokken in het besluitvormingsproces en is verankerd in het afwegingskader, zoals opgenomen in artikel 8 van deze beleidsregel. Bij iedere afweging tot inzet van cameratoezicht betrekt de burgemeester daarom expliciet de mogelijke gevolgen voor de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen, waarbij steeds een zorgvuldige verhouding wordt gezocht tussen het te beschermen belang van de openbare orde en de mate van inbreuk op individuele rechten.
Naast deze integrale beoordeling vooraf, ziet de burgemeester er daarnaast op toe dat bij de uitvoering van het cameratoezicht aanvullende waarborgen worden getroffen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Cameratoezicht wordt bijvoorbeeld uitsluitend toegepast binnen de grenzen van openbare plaatsen. Het maken van opnamen van privéterreinen – waaronder woningen, tuinen en andere voor het publiek niet toegankelijke percelen – is nadrukkelijk uitgesloten. Eveneens is het toepassen van heimelijk cameratoezicht uitgesloten. Cameratoezicht vindt altijd op een voor eenieder zichtbare en kenbare wijze plaats.
Indien zich situaties voordoen waarin delen van privéterreinen onvermijdelijk binnen het gezichtsveld van de camera’s vallen, treft de burgemeester daartoe passende maatregelen om te voorkomen dat deze zones in beeld worden gebracht. Daarbij wordt onder meer gebruikgemaakt van privacy-masking, waarmee gevoelige zones structureel aan het zicht worden onttrokken. Op deze wijze wordt geborgd dat het cameratoezicht op openbare plaatsen geschiedt met eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen.
Hoofdstuk
Artikel 11
De bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen
Onderdeel van Beleidsregel cameratoezicht handhaving openbare orde gemeente Apeldoorn 2025