Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12

De inrichting en technische controle van het cameratoezicht

Onderdeel van Beleidsregel cameratoezicht handhaving openbare orde gemeente Apeldoorn 2025

De burgemeester is, zoals eerder aangegeven, verantwoordelijk voor de aanschaf, plaatsing en technische inrichting van de apparatuur die wordt ingezet bij het cameratoezicht op openbare plaatsen. In dit kader ziet de burgemeester erop toe dat uitsluitend apparatuur en de daarbij behorende technologieën worden geselecteerd die aantoonbaar voldoen aan de geldende wettelijke en normatieve eisen op het gebied van informatiebeveiliging, waaronder de BIO. Bij de selectie van het apparatuur en de daarbij behorende technologieën houdt de burgemeester verder uitdrukkelijk rekening met actuele richtlijnen van de rijksoverheid, waaronder de aanbevelingen met betrekking tot het vermijden van apparatuur afkomstig uit landen met een offensief cyberprogramma. In dat verband past de burgemeester uitsluitend technologie toe die aantoonbaar voldoet aan de eisen die voortvloeien uit de Cyber Resilience Act en de Amerikaanse National Defense Authorization Act. De camera's die ingezet worden, mogen bijvoorbeeld niet beschikken over slimme technieken die zich kunnen lenen voor spionageactiviteiten dan wel een grotere inbreuk maken op de privacy, zoals gezichtsherkenning, geluidsdetectie, ingebouwde video-analyse of registratie van lichaamstemperatuur. Daarmee blijft de inbreuk op de privacy van betrokkenen beperkt. Indien bij de levering, installatie of het technisch beheer van de apparatuur, dan wel van de onderliggende infrastructuur, gebruik wordt gemaakt van externe dienstverleners – zoals uiteengezet in het voorgaande artikel – waarborgt de burgemeester dat ook deze partijen voldoen aan de geldende beveiligingseisen. Om de betrouwbaarheid van de ingezette apparatuur en de bijbehorende technologieën te waarborgen, laat de burgemeester periodiek technische controles uitvoeren. Deze controles zijn erop gericht vast te stellen of de getroffen maatregelen nog steeds voldoen aan de geldende normen en voldoende bescherming bieden tegen digitale dreigingen. Daarnaast laat de burgemeester ten minste eens per twee jaar een penetratie- of hacktest uitvoeren op het netwerk waarop de apparatuur is aangesloten. Deze tests zijn bedoeld om eventuele kwetsbaarheden in de technische beveiliging van de apparatuur te identificeren, zodat tijdig passende corrigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Indien uit de resultaten van een technische controle of beveiligingstest blijkt dat de getroffen maatregelen met betrekking tot de apparatuur en de daaraan verbonden technologieën niet langer voldoen aan de geldende eisen of onvoldoende bescherming bieden, laat de burgemeester onverwijld de noodzakelijke maatregelen treffen om de beveiliging van de apparatuur en bijbehorende technologieën te herstellen dan wel te versterken.

Rechtspraak bij dit artikel