Doel
Het doel is om door middel van vroegtijdige gesprekken met agrarische ondernemers te zorgen voor transparante plannen, kwalitatieve huisvesting en een evenwichtige inpassing in de leefomgeving. Door al in de wenselijkheids- en haalbaarheidsfase intensieve gesprekken te voeren met initiatiefnemers bij aanvragen voor exploitatie- en omgevingsvergunningen, kunnen risico’s tijdig worden gesignaleerd, ongewenste situaties worden voorkomen en afspraken worden gemaakt die bijdragen aan leefbaarheid, veiligheid en verantwoord werkgeverschap.
Uitgangspunten
Een bespreking van een informatie- of haalbaarheidsverzoek met agrarische ondernemers is essentieel om de kwaliteit van plannen te toetsen en risico’s tijdig te signaleren. In dit gesprek, dat plaatsvindt in de informatiefase van een verzoek, worden bedrijfsvoering, noodzaak, ervaringen uit het verleden, signalen uit de omgeving en handhavingshistorie meegenomen. Voor dit gesprek wordt de gespreksleidraad uit de VNG-handreiking effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid gebruikt, welke de gemeente in staat stelt om op constructieve wijze in gesprek te gaan met bedrijven over de huisvesting van personeel. In dit gesprek neemt de omgevingsregisseur met de agrarische ondernemer door wat er van de agrarische ondernemer verwacht wordt. Dit gaat niet alleen om welke vergunningen benodigd zijn maar ook om welke voorwaarden daaraan verbonden zijn en wat ook verwacht mag worden ten aanzien van het laten meedoen van de arbeidsmigranten in onze gemeente.
Onder verantwoord werkgeverschap hoort ook zorgen voor goede huisvesting. Wij weten dat veel agrarische ondernemers deze handschoen oppakken en zorgen voor goede huisvesting bij het agrarisch bedrijf. Huisvesting bij het agrarisch bedrijf heeft ruimtelijke voordelen (bijv. minder vervoersbewegingen) en leidt vaak tot een betere beheersbaarheid. Maar er schaart ook het gevaar in van afhankelijkheid van de werknemer van de werkgever. Om te zorgen voor een goede balans en bescherming van de werknemer is de voorwaarde voor huisvesting bij het agrarisch bedrijf dat er geen koppeling is tussen het arbeidscontract en het huurcontract. Op dit punt wijken wij dus op een verantwoorde manier en weloverwogen af van de aanbevelingen van de Commissie Roemer (zoals beschreven in paragraaf 1.1).
Maatregelen
Een omgevingsregisseur wordt betrokken bij ruimtelijke initiatieven voor huisvesting van arbeidsmigranten. Deze betrokkenheid geldt al vanaf het moment dat een informatieverzoek voor een huisvestingslocatie binnen komt. De omgevingsregisseur betrekt ook collega’s van het sociaal domein;
Een vroegtijdig gesprek tussen de omgevingsregisseur en agrarische ondernemers is een onderdeel van de uniforme werkwijze bij initiatieven die zien op de huisvesting van arbeidsmigranten. Een schematische weergave van deze werkwijze vindt u in bijlage 1;
Tijdens dit gesprek wordt gebruik gemaakt van de gespreksleidraad uit de VNG-handreiking effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid. Deze gespreksleidraad wordt ook gebruikt bij bestaande bedrijven die uitbreiding wensen. Er wordt tenminste ingegaan op de volgende onderwerpen:
Onderwerpen uit de VNG-handreiking:
Noodzaak van (extra) arbeidsmigranten en extra locaties, met daarbij ook aandacht voor de feitelijke bezettingsgraad van reeds vergunde bedden;
Bedrijfsvoering: in hoeverre zet de ondernemer in op verduurzaming en innovatie;
Ervaring uit het verleden (zowel ondernemer, als signalen uit buurt/handhaving/sociaal domein/wonen/veiligheid).
Inzicht in type arbeidsmigrant:
Short-stay versus stay;
Aandacht voor vervolg en integratie: sociaal integratieplan;
Inzet op begeleiding naar regulier wonen;
Verwachting in gebruik van voorzieningen;
Aandacht voor seizoensgebondenheid/seizoensbehoefte;
Aandacht voor scheiding bed-brood op contractniveau.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.2
Sterker inzetten op gesprekken met agrarische ondernemers
Onderdeel van Bouwsteen Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026