Naar hoofdinhoud

Artikel 3:

Handhavingsmaatregelen door de burgemeester

Onderdeel van BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE AANPAK ILLEGAAL VUURWERK GEMEENTE TYNAARLO

Artikel 8: Sluitingsmaatregel in verband met verstoring openbare orde in de zin van artikel 174a Gemeentewet 1. Wanneer er door de aanwezigheid van illegaal vuurwerk op een locatie, naast de algemene gevaarzetting voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid in de directe omgeving die uitgaat van die aanwezigheid, aanvullend ook sprake is van (ernstige vrees voor herhaling) van verstoring van de openbare orde door eerdere gedragingen in die woning of het lokaal of op het erf van de locatie, dan kan de burgemeester in het uiterste geval de locatie tijdelijk sluiten op grond van artikel 174a Gemeentewet; 2. Een eerder geconstateerde vuurwerkovertreding op een locatie is hier, in tegenstelling tot de sluitingsbevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 17 Woningwet, niet noodzakelijk. In plaats daarvan is de vraag of ernstige vrees voor herhaling van openbare orde verstorende feiten zich opnieuw voor kunnen doen of zich voort kunnen zetten, als niet ingegrepen wordt; 3. Bij de sluiting hanteert de burgemeester de sluitingstermijnen, zoals weergegeven in tabel 2 van deze beleidsregel; 4. Er is sprake van een (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, indien naast de geconstateerde vuurwerkovertredingen sprake is van één of meer van de volgende ernstige feiten of omstandigheden: a. Ernstige (dreiging van) vernielingen als gevolg van misbruik van vuurwerk, brandstichting of anderszins in de direct omgeving van het pand of erf; b. Ernstige (dreiging van) bedreigingen of feitelijk toegepast geweld door middel van inzet van vuurwerk of anderszins, door de betrokkene (eigenaar /bewoner /rechthebbende /huurder etc.) van het pand of erf; c. Grootschalige illegale handel in vuurwerk vanuit het pand of vanaf het erf met vastgestelde verkeersbewegingen van en naar het pand door klanten. De loop moet dan uit de locatie worden genomen, zodat duidelijk is dat daar geen illegaal vuurwerk verkocht wordt, of andere criminele activiteiten plaatsvinden; d. Aanwezigheid van verboden wapens of andere overtredingen van de Wet wapens en munitie; e. Aanwezigheid van verboden middelen en stoffen of verboden voorbereidingshandelingen, zoals bedoeld in artikel 13, lid 1 onder a en b Opiumwet (mogelijk treft de burgemeester in dat geval een bestuurlijke maatregel op basis van het Damoclesbeleid); f. De aanwezigheid van onverklaarbaar grote hoeveelheden cashgeld, die kunnen duiden op handel of criminele activiteiten; g. Andere ernstige feiten of omstandigheden, waaruit blijkt dat er gerechtvaardigde vrees is voor (herhaalde) ernstige verstoring van de openbare orde; 5. Indien er slechts 1 van de in lid 4 genoemde aanvullende verzwarende omstandigheden wordt aangetroffen, dan maakt de burgemeester geen gebruik van de sluitingsbevoegdheid van artikel 174a Gemeentewet. In dat geval past het college van burgemeester en wethouders één van de in artikel 2 t/m 7 genoemde herstelmaatregelen toe; 6. Indien er volgens de politiegegevens twee of meer van de in lid 4 genoemde aanvullende verzwarende omstandigheden zijn aangetroffen , dan past de burgemeester artikel 174a Gemeentewet met voorrang op de collegebevoegdheden, zoals genoemd in paragraaf 1 van deze beleidsregel, toe; 7. Bij de toepassing van de in tabel 2 van deze beleidsregel genoemde sluitingstermijnen, maakt de burgemeester omwille van de overzichtelijkheid en eenduidigheid geen onderscheid in lengte van de sluitingstermijn tussen te sluiten woningen en niet- woningen (lokalen) of erven. Alle termijnen zijn namelijk van te voren afgestemd op de (doorgaans kortere) sluitingstermijn voor sluiting van een woning. 8. De in tabel 2 van deze beleidsregel genoemde sluitingstermijnen, kunnen eenmalig met 4 weken worden verlengd als meerdere feiten en omstandigheden, zoals bedoeld lid 4 van dit artikel, gelijktijdig aanwezig zijn vastgesteld. De burgemeester motiveert dat in zijn besluitvorming. Tabel 2: Sluitingstermijnen bij toepassing bevoegdheid ex artikel 174a Gemeentewet Lijst I + openbare orde aspecten Sluiting locatie voor 6 weken Lijst II + openbare orde aspecten Sluiting locatie voor 12 weken Lijst III + openbare orde aspecten Sluiting locatie voor 18 weken Lijst IV + openbare orde aspecten Sluiting locatie voor 24 weken Artikel 9: Mogelijkheid tot tijdelijke opheffing sluiting ex artikel 174a Gemeentewet De burgemeester kan, op verzoek van een bij de gesloten locatie betrokkene op basis van de in artikel 6 van deze beleidsregel genoemde criteria en voorwaarden, besluiten om tijdelijk de sluiting op te heffen. Artikel 10: Mogelijkheid tot matiging sluiting ex artikel 174a Gemeentewet 1. De burgemeester kan op verzoek van een noch bij de vuurwerkovertreding noch bij de verstoring van de openbare orde betrokken verhuurder van de locatie op basis van de in artikel 7 van deze beleidsregel genoemde criteria en voorwaarden, besluiten de sluitingsperiode te matigen tot maximaal 1/3 van de toegepaste sluitingstermijn; 2. Aanvullende voorwaarde is wel dat de verhuurder, naast het voorkomen van herhaling van illegale vuurwerkovertredingen, ook voldoende aantoont hoe verdere verstoringen van de openbare orde in de toekomst worden voorkomen; 3. De burgemeester kan gedurende een uitgevoerde sluiting in specifieke gevallen altijd ambtshalve de sluitingsmaatregel alsnog matigen of opheffen, indien daar concrete aanleiding voor is volgens verkregen aanvullende gegeven. Artikel 11. Bestuurlijke boete 1. Naast een herstelsanctie kan door het college van burgemeester en wethouders ook een bestuurlijke boete worden opgelegd op grond van artikel 18.12. Omgevingswet. 2. Bij de oplegging van een bestuurlijke boete wordt aansluiting gezocht bij de Richtlijn Strafvordering voor vuurwerkdelicten. 3. Het college van burgemeester en wethouders zal op grond van artikel 5:44, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet overgaan tot oplegging van een bestuurlijke boete, indien de overtreder ook wordt vervolgd door het Openbaar Ministerie vanwege de opslag van vuurwerk. Artikel 11: Afwijkingsbevoegdheid De in deze beleidsregel uitgewerkte bevoegdheidstoepassingen gelden als uitgangspunt, waarvan de burgemeester dan wel het college van burgemeester en wethouders in bijzondere situaties altijd kan afwijken. Dat betekent concreet dat de burgemeester en het college afzonderlijk bevoegd zijn om op grond van de concrete feiten en omstandigheden van het geval van deze beleidsregels af te wijken, zowel in het voordeel als in het nadeel van betrokkene. Dit wordt altijd per situatie beoordeeld (maatwerk) en gemotiveerd. In beginsel wordt overeenkomstig de beleidsregel beslist. Artikel 12. Citeertitel en inwerkingtreding 1. Deze beleidsregels worden aangehaald als “Bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk gemeente Tynaarlo”. 2. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking. Aldus besloten op 18 maart 2025 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo, Dhr. Koekoek drs. M.J.F.J. Thijsen gemeentesecretaris burgemeester

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel