Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Identificatieplicht

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Gemeente Vlissingen 2026

Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de cliënt vast met een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Ten aanzien van personen zonder de Nederlandse nationaliteit merkt het college voor de wet als geldig identiteitsbewijs aan: een vreemdelingendocument van het type I, II, III, IV of EU/EER; een verblijfskaart Ministerie van Buitenlandse Zaken (legale vreemdelingen); een buitenlands paspoort; of, een vreemdelingendocument van het type W. Een vreemdeling komt slechts in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als hij rechtmatig verblijf houdt in Nederland in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet. Op deze eis van rechtmatig verblijf geldt één uitzondering. Bij (eventuele) opvang in verband met risico’s voor de veiligheid van de betrokkene als gevolg van huiselijk geweld geldt dit niet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel