De benoeming van de FG omvat zowel de aanwijzing van een persoon in de FG-functie als de institutionalisering van de FG als AVG-toezichtsorgaan: het FG-bureau.
In lijn met artikel 24 AVG is het FG-bureau in een complexe organisatie geen individuele positie, maar een functie met passende organisatorische inbedding en ondersteuning. Conform artikel 38.2 AVG stelt het gemeentebestuur de FG de benodigde middelen ter beschikking voor de vervulling van taken en het in stand houden van zijn deskundigheid. De FG kan zich laten assisteren en beschikt over eigen informatievoorzieningen, mede vanwege zijn geheimhoudingsplicht.
Artikel 37.6 AVG voorziet in de mogelijkheid om de FG-functie via een dienstverleningsovereenkomst in te richten. Het gemeentebestuur kan ervoor kiezen om het FG-bureau geheel of gedeeltelijk uit te besteden aan een gespecialiseerd bureau, vergelijkbaar met de wijze waarop een extern accountantskantoor wordt ingeschakeld. Daarbij kan worden afgesproken dat de FG deels ook kantoor houdt op locatie van Gemeente Soest.
De benoeming van de FG is een aanwijzingsbesluit van het gemeentebestuur, gericht op de bescherming van grondrechten en de naleving van de AVG. Dit betreft geen overheidsopdracht in de zin van Europese aanbestedingsrichtlijn 2014/24/EU (FG-aanwijzing is geen inkoopkwestie). Om dezelfde reden zijn de aanbestedingsregels niet van toepassing op de dienstverleningsovereenkomst indien van die optie gebruik wordt gemaakt. Zie ook artikel 10 Richtlijn 2014/24/EU over uitsluiting van rechtskundige dienstverlening van aanbestedingsverplichtingen.
Inschakeling van een gespecialiseerd bureau kan betere garanties betekenen op het gebied van onafhankelijkheid en expertise. De AVG maakt geen onderscheid tussen een interne of externe FG. Hantering van een dienstverleningsovereenkomst is gelijkwaardig aan een arbeidsovereenkomst en is omgeven met dezelfde wettelijke waarborgen, in het bijzonder de voorwaarden voor rechtmatige beëindiging zoals hiervoor aangegeven in artikel 10.
Dit reglement laat onverlet dat, met instemming van de FG, praktische werkafspraken worden vastgelegd over de uitvoering van taken. Deze afspraken beogen de samenwerking te versterken en/of een in de praktijk bewezen werkwijze te borgen.