I. de plaatsen waar en het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b, van de verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen mag worden geparkeerd vast te stellen zoals vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage 1 “plaats, tijdstip en wijze van betaald parkeren en de op de bijgevoegde kaart “PARKEERGEBIEDEN BINNENSTAD”;
II. dat dit besluit in werking treedt met ingang van 1 januari 2026;
III. dat het aanwijzingsbesluit Parkeerbelastingen 2025 vastgesteld op 1 oktober 2024 met ingang van 1 januari 2026 vervalt, met dien verstande dat zij van toepassing blijft voor de tijdvakken waarvoor zij heeft gegolden;
IV Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.