1.. Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:

  • - in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;
  • - in andere gevallen uiterlijk acht weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

2.. De aanvraag bevat:

  • - een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
  • - een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten;
  • - een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;
  • - een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek indien het subsidiebedrag hoger is dan €100.000; en
  • - andere door het college noodzakelijk geachte bescheiden.

3.. Bij nadere regels van het college kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.