Een gift is een vrijwillige bijdrage van een persoon of organisatie, waarbij geen tegenprestatie wordt verwacht. In deze beleidsregels wordt uitgelegd hoe de gemeente Almere omgaat met giften die bijstandsgerechtigden ontvangen. Het doel van deze regels is om te voorkomen dat mensen die leven van een bijstandsuitkering financieel worden benadeeld als ze een gift ontvangen. Tegelijkertijd wil de gemeente maatschappelijke betrokkenheid en vrijgevigheid juist stimuleren. Daarom worden giften niet automatisch volledig meegeteld als inkomen bij de bijstandsbeoordeling.

Er is echter wel een grens: het ontvangen van giften mag er niet toe leiden dat iemand een bestedingspatroon krijgt dat niet past bij het bescheiden niveau van de bijstand. Giften worden daarom tot een bepaald bedrag vrijgelaten — dat wil zeggen: ze tellen dan niet mee voor de bijstand. Boven die grens kan een gift wél gevolgen hebben voor het recht op bijstand.

Artikel 1 Begripsomschrijving

De definitie van een gift kan worden omschreven als ‘een betaling uit vrijgevigheid door een natuurlijk persoon of een instelling, die vrij besteedbaar is en waarvoor geen tegenprestatie wordt verlangd’. Een gift kan zowel eenmalig verstrekt worden, als periodiek. Giften kunnen in verschillende vormen aan de bijstandsgerechtigde worden geschonken; bijvoorbeeld via bankoverschrijving, een betaalverzoek/tikkie, contant of in natura.

Niet alle ontvangen bijdragen worden gezien als een gift die vrij te besteden is.

Hieronder staan bijdragen die verplicht zijn en daarmee buiten het giftenbegrip vallen:

  • - Bijdragen van kostendelende medebewoners

    Wanneer een bijstandsgerechtigde geld ontvangt van een medebewoner met wie kosten gedeeld worden (bijvoorbeeld huur of energie), dan is dat géén gift, zolang het geld bedoeld is om bij te dragen aan de gezamenlijke vaste lasten. Deze bijdragen zijn namelijk gebonden aan een specifiek doel en kunnen niet vrij worden besteed. De kostendelersnorm houdt hier al rekening mee: mensen die samenwonen kunnen kosten delen en hebben daarom minder individuele bijstand nodig. Als een bijdrage hoger is dan redelijk ten opzichte van de gezamenlijke vaste lasten, dan kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken van de standaardregels via een individuele beoordeling op grond van artikel 18 van de Participatiewet.

  • - Bijdragen van niet-kostendelende medebewoners

    Volgens artikel 33 lid 4 van de Participatiewet moet kostgeld dat bijvoorbeeld inwonende kinderen betalen in principe worden gezien als inkomen, en wordt het afgetrokken van de bijstandsuitkering. Toch kan hier in uitzonderlijke gevallen van worden afgeweken. Bijvoorbeeld als iemand geen recht heeft op huurtoeslag en door het korten van het kostgeld niet meer in staat is om de woonlasten of dagelijkse kosten te betalen. In zulke situaties kan worden besloten dat (een deel van) het kostgeld niet als inkomen wordt aangemerkt. Dit geldt vooral als het geld aantoonbaar wordt gebruikt voor gezamenlijke vaste lasten en de bijstandsgerechtigde er niet vrij over kan beschikken.

  • - Onderhoudsplicht of alimentatie

    Bijdragen vanwege een wettelijke of afgesproken onderhoudsplicht — zoals kinderalimentatie of partneralimentatie — zijn géén giften. Deze betalingen zijn verplicht en vallen daarmee buiten het giftenbegrip.

  • - Geldlening

    Er is sprake van een geldlening als er een werkelijke terugbetalingsverplichting bestaat. In dat geval wordt een lening niet aangemerkt als gift. Er mag immers bij een gift een gift gaat om geld dat iemand 'zomaar' krijgt, zonder dat daar iets voor wordt gedaan. Wanneer er sprake is van een aantoonbare schuld zonder een terugbetalingsverplichting en heeft de betaling een onverplicht karakter dan wordt deze toch gezien als gift. Het is aan de bijstandsgerechtigde om aannemelijk te maken of een ontvangen bijdrage een gift is of niet.

Artikel 2 lid 2 Overschrijding vrijlatingsbedrag

De vrijlating geldt zowel voor giften die als inkomen als voor giften die als vermogen kunnen worden beschouwd. Of een gift als inkomen of vermogen moet worden aangemerkt, is pas van belang op het moment dat de grens zoals benoemd in artikel 31 lid 1 onder m van de wet wordt overschreden.

Wanneer het drempelbedrag wordt overschreden, beoordeelt het college of het te veel aan giften wordt aangemerkt als inkomen of vermogen. Dit heeft te maken met de noodzaak en de bestemming van de gift.

  • - Wordt de gift aangemerkt als vermogen? En komt de gift, dat wil zeggen het deel dat boven het drempelbedrag, samen met het al aanwezige vermogen boven de geldende vermogensgrens uit? Dan zal de bijstandsuitkering beëindigd moeten worden.
  • - Kan de gift die boven het drempelbedrag uitkomt als inkomen worden aangemerkt? Dan is dit te beschouwen als inkomen in de maand van ontvangst en moet dit worden verrekend met de bijstandsuitkering.

Artikel 3 Uitzonderingen - Giften in natura

Een voorbeeld van een gift in natura waarbij niet over de waarde kan worden beschikt zijn boodschappen. De boodschappen worden namelijk daadwerkelijk ontvangen, en de bijstandsgerechtigde kan niet beschikken over het bedrag die de boodschappen hebben gekost. Dit is anders dan met bijvoorbeeld een auto die wordt geschonken. De bijstandsgerechtigde kan ervoor kiezen om de auto te houden of om de auto te verkopen. Voor kostbare en/of roerende zaken waarbij de bijstandsgerechtigde wel over de waarde kan beschikken, geldt dezelfde beoordeling als onder artikel 2 van deze beleidsregel.

Artikel 4 Inlichtingen- en medewerkingsverplichting

Vertrouwen versus verplichtingen

Een van de uitgangspunten van de Participatiewet in balans is vertrouwen. Ook bij onderzoek naar giften is de bedoeling uit te gaan van vertrouwen. Vraag bijvoorbeeld een schriftelijke of mondelinge verklaring op en rapporteer daarover, maar ga niet meteen bankafschriften opvragen over een heel lange periode (handel in de geest van de wet).

Het is de bedoeling dat bijstandsgerechtigden giften zelf bijhouden. Vanaf het moment dat zij in een kalenderjaar meer dan het drempelbedrag aan giften of bijdragen hebben ontvangen, moeten zij dit doorgeven aan de gemeente. Wanneer de uitkeringsgerechtigde de giften vanaf het drempelbedrag meldt dan kan de gemeente, als daar een concrete aanleiding voor is, onderzoek doen naar het totaalbedrag in dat kalenderjaar en informeert de uitkeringsgerechtigde over het vervolg voor dat jaar. De gemeente bekijkt of het hogere bedrag aan giften verantwoord is. Wanneer dit niet het geval is, moet het meerdere in aanmerking genomen worden (als inkomen of als vermogen).

De uitkeringsgerechtigde wordt aangeraden (op de website van gemeente) om in ieder geval gedurende een periode van 24 maanden bewijzen van ontvangen giften te bewaren. Dit kunnen bankafschriften zijn maar ook bijvoorbeeld omdat de bijstandsgerechtigde aangeeft een bedrag van een familielid te hebben ontvangen om een koelkast aan te schaffen. De bon van deze koelkast moet dan bewaard worden. Wanneer het college hier aanleiding toe ziet kan het zijn dat er om kopieën van deze bewijsstukken gevraagd wordt.

Er geldt ook een medewerkingsverplichting. De bijstandsgerechtigde wordt aangeraden om in ieder geval gedurende een periode van 24 maanden controleerbare bewijzen van de giften te bewaren en daarin op verzoek inzage te geven of daarvan kopieën te verstrekken. Wanneer de bijstandsgerechtigde niet kan bewijzen dat een gift aan de voorwaarden van volledige of gedeeltelijke vrijlating voldoet, is vrijlating niet aan de orde.