Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Plan voor inwonerparticipatie

Onderdeel van Participatieverordening Mook en Middelaar 2025

1.. Vóór de start van een proces voor vaststelling van een visie, beleid, plan, programma of project neemt het bestuursorgaan een beslissing over de keuze om wel of niet te starten met een traject van inwonerparticipatie aan de hand van één of meer van de volgende randvoorwaarden: Voldoende juridische en financiële beleidsruimte; Geschikt onderwerp voor inwoners dat inwoners direct raakt; Voldoende tijd, capaciteit en middelen beschikbaar; Er is ruimte voor inwoners om iets te kiezen. 2.. Wanneer de gemeente kiest voor inwonerparticipatie, verder dan informeren, stelt het bestuursorgaan een participatieplan op. In dit participatieplan wordt ten minste antwoord gegeven op de volgende kernvragen: Wat is het doel van participatie?; Wie moet er betrokken worden?; Wie is er verantwoordelijk voor het participatieproces en uitvoering?; Wat doen we met de uitkomsten van de participatie? 3.. Het bestuursorgaan kan op verschillende manieren omgaan met de uitkomsten van het participatieproces. Afhankelijk van de aard van het onderwerp, het gekozen participatieniveau en de vooraf gestelde kaders, kiest het bestuursorgaan één van de volgende benaderingen: Raadplegen: Het bestuursorgaan neemt kennis van de uitkomsten van het participatietraject en weegt af of, en in welke mate, deze worden meegenomen in de verdere beleids- of besluitvorming; Adviseren: Het bestuursorgaan hanteert de adviezen en conclusies uit het participatieproces als een zwaarwegend uitgangspunt bij de politieke en bestuurlijke besluitvorming; Coproduceren: Het bestuursorgaan neemt de uitkomsten van het participatieproces over, mits deze passen binnen de vooraf vastgestelde inhoudelijke, financiële en procedurele kaders; Meebeslissen: Indien van toepassing, treedt de gemeente in overleg met inwoners en betrokken organisaties om de uitkomsten van het participatieproces te vertalen naar een convenant of samenwerkingsovereenkomst waarin de gemaakte afspraken worden vastgelegd. 4.. Bij omvangrijke, gevoelige of complexe trajecten die aanzienlijke maatschappelijke impact kunnen hebben, vraagt het college de raad in een vroeg stadium om participatiekaders vast te stellen via een startnotitie en participatieplan. Het participatieplan bevat ten minste: De antwoorden op de vier kernvragen zoals genoemd in lid 2; Of inspraak wettelijk verplicht is, en indien niet, of er voor inspraak wordt gekozen; Een kalender op hoofdlijnen met daarin de formele inspraakprocedure, beslismomenten als communicatie –en participatiemomenten richting bewoners en belanghebbenden; De in te zetten participatiemiddelen en het communicatieplan; Het beschikbare budget en bijbehorende dekkingsbron; De rol van de gemeenteraad tijdens de verschillende fases van het traject; Een voorstel voor inhoudelijke kaders die de raad vooraf stelt in de vorm van een startnotitie. 5.. Het college en de raad bepalen in afstemming welke trajecten onder artikel 4.4 vallen. 6.. Na vaststelling van het participatieplan door de gemeenteraad draagt het bestuursorgaan zorg voor de verdere uitvoering en invulling van het participatieproces overeenkomstig het vastgestelde plan. 7.. Het bestuursorgaan nodigt de doelgroepen uit om te participeren op de voor die doelgroepen meest geschikte wijze. In de kennisgeving worden de doelgroepen in begrijpelijke taal geïnformeerd over de onderwerpen die in het tweede lid staan. 8.. Indien tijdens de participatieprocedure blijkt dat aanpassing van de kaders of de inrichting noodzakelijk is, kan het bestuursorgaan deze wijzigen, mits dit gemotiveerd gebeurt en de deelnemers hier tijdig, duidelijk en via passende communicatiekanalen over worden geïnformeerd. Waar mogelijk worden deelnemers betrokken bij het bepalen van de aangepaste werkwijze. 9.. In uitzonderlijke gevallen kan het bestuursorgaan na afloop gemotiveerd afwijken van de vooraf gekozen participatievorm of -uitkomst, uitsluitend wanneer nieuwe inzichten of zwaarwegende belangen dit noodzakelijk maken. Een dergelijke afwijking wordt schriftelijk onderbouwd, en transparant gecommuniceerd aan de deelnemers en andere betrokkenen, met toelichting op de redenen en de gevolgen voor het vervolg van het proces.

Rechtspraak bij dit artikel