**1..** Elk bestuursorgaan besluit voor eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij een gemeentelijk beleidsvoornemen.
**2..** Op inwonerparticipatie in de vorm van inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststelt.
**3..** In afwijking van het eerste lid kan het bestuursorgaan voor een beleidsvoornemen een andere inspraakprocedure vaststellen.
**4..** Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.
**5..** Geen inspraak wordt verleend:
Ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen.
Indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten.
Indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft.
Inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet.
Indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht.
Indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.
**6..** Om de doelgroep zo goed mogelijk te bereiken, kan het bestuursorgaan, naast de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, een andere geschikte wijze van informeren toepassen.
**7..** Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een zienswijzenota op. In deze zienswijze nota staat in elk geval:
Een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure.
Een weergave van de inspraakreacties of zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht.
Een reactie op deze inspraakreacties of zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.
**8..** Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.