Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

– Doeltreffendheid individuele voorziening

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Tilburg

Het college zet voorzieningen in die geschikt zijn om het beoogde resultaat van de jeugdhulp te bereiken. Dit is het geval als het college vaststelt dat de voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag, en de hulpverlener werkt met een effectieve interventie. Het is niet mogelijk een individuele voorziening in te zetten door middel van een bewezen niet-effectieve interventie. Om te bepalen of een interventie effectief is, kan het college gebruik maken van de Databank Effectieve jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut, de Databank Effectieve sociale interventies van MOVISIE, het Loket Gezond Leven van het RIVM, of van een andere organisatie die het college als deskundig ziet. Als een interventie niet in een van deze databanken is erkend, kan het college een deskundige vragen om een advies uit te brengen over de effectiviteit of toegevoegde waarde.

Rechtspraak bij dit artikel