Aan het college van burgemeester en wethouders wordt mandaat verleend om namens de gemeenteraad een op grond van hoofdstuk 9 van de Omgevingswet gevestigd gemeentelijk voorkeursrecht
- - geheel of gedeeltelijk in te trekken, indien:
- - de gemeente de gronden waarop de intrekking betrekking heeft reeds heeft verworven;
- - sprake is van zelfrealisatie door de eigenaar; of
- - de intrekking voortvloeit uit wettelijke verplichtingen.
- - Aan het college van burgemeester en wethouders wordt tevens mandaat verleend om een gemeentelijk voorkeursrecht als bedoeld in het eerste lid te wijzigen, voor zover dit betreft:
- - aanpassing van de begrenzing van het gebied; of
- - aanpassing van de kadastrale aanduidingen,
- - mits de wijziging een ondergeschikt karakter heeft en een omvang kent van maximaal 2 hectare.
[Artikel 6, sub b onder ii bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: aanpassing van de kadastrale aanduidingen, waarbij geldt dat de wijziging een ondergeschikt karakter moet hebben met een maximum van 2 hectare.]