Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 11

Hoor en wederhoor

Onderdeel van Klachtenregeling raad en griffie Dijk en Waard 2025

1.. De klachtenbehandelaar stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft in de gelegenheid te worden gehoord. Als betrokkenen daarmee instemmen, kan hoor en wederhoor gelijktijdig plaatsvinden. 2.. Zowel de klager als degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, kunnen tot uiterlijk één week voor de hoorzitting stukken indienen die van belang kunnen zijn voor de afhandeling van de klacht. 3.. Zowel de klager als degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, kunnen zich bij het horen door iemand van hun keuze laten vergezellen of bijstaan. 4.. De klachtenbehandelaar kan van het horen afzien als de klacht kennelijk ongegrond is dan wel indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. 5.. De klachtenbehandelaar draagt zorg voor een verslag van het horen.

Rechtspraak bij dit artikel