Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Wettelijke bepalingen uit de Awb

Onderdeel van Mandaatbesluit gemeente Assen 2026

Sinds 1 januari 1998 zijn er wettelijke voorschriften over mandaat. Deze bepalingen zijn opgenomen in hoofdstuk 10, titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Begripsomschrijving In artikel 10:1 Awb is de definitie van mandaat opgenomen. Mandaat is de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan een besluit te nemen. Het bestuursorgaan dat het mandaat verleent, wordt in het vervolg van dit besluit mandaatgever genoemd en degene die het mandaat ontvangt, wordt hierna de mandaathouder genoemd. Het rechtsgevolg van mandaat is dat het besluit dat op grond van mandaat is genomen rechtens geldt als een besluit van het bestuursorgaan. Het bestuursorgaan blijft daarom verantwoordelijk. Hoofdregel Artikel 10:3, lid 1 Awb geeft de hoofdregel dat een bestuursorgaan mandaat kan verlenen, tenzij: bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaatverlening verzet. Instructie/inlichtingen Artikel 10:6 Awb bepaalt dat de mandaatgever de gemandateerde in het algemeen of per geval instructies kan geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid. Daarnaast verschaft de gemandateerde de mandaatgever op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid. Het in onderdeel 2 opgenomen Mandaatreglement is te beschouwen als een instructie als bedoeld in artikel 10:6 van de Awb. De in dit genoemde reglement opgenomen bepalingen zijn een nadere uitwerking van de bepalingen van de Awb en moeten door de gemandateerde, naast de wettelijke bepalingen, in acht worden genomen bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden. Bevoegdheid Artikel 10:7 Awb bepaalt dat de mandaatverlener, ondanks een verleend mandaat, altijd bevoegd blijft de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen. Op zich is deze bepaling inherent aan de figuur van mandaat. Aan de andere kant is het van belang hier terughoudend mee om te gaan, omdat er anders onduidelijke situaties kunnen ontstaan. In het reglement zijn ten aanzien hiervan nadere "spelregels" opgenomen. Wijze van ondertekenen Artikel 10:10 Awb bepaalt dat een op grond van mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen. De wijze van ondertekening is opgenomen in het Mandaatreglement. Ondertekening mandaat Zoals uit de definitie blijkt, gaat het bij het verlenen van een mandaat om het nemen van besluiten. Dat impliceert ook de ondertekening van dat besluit. Degene die de beslissing neemt, ondertekent het besluit op de in het Mandaatreglement voorgeschreven wijze. De wijze van ondertekening is met een handgeschreven of een niet gekwalificeerde digitale handtekening. Omdat bij dit Mandaatbesluit voldoende herleidbaar en vastgesteld is bij welke functionaris de gemandateerde bevoegdheid is neergelegd kan zelfs iedere vorm van ondertekening worden weggelaten. Andere rechtsvormen (volmacht) Mandaat betreft een publiekrechtelijke vertegenwoordigingsbevoegdheid. Artikel 10:12 Awb bevat een zogenaamde schakelbepaling. Dat wil zeggen dat de bepalingen van de Awb van overeenkomstige toepassing zijn bij het aan personen, werkzaam onder zijn verantwoordelijkheid geven van: een volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en een machtiging tot het verrichten van handelingen die een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, zoals feitelijke handelingen, niet schriftelijke beslissingen. Voor deze bepaling is gekozen om ervoor te zorgen dat binnen een bestuursorgaan één regeling van toepassing is. De bepalingen van de Awb gaan voor de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek. De bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek kunnen wel toepassing vinden, zolang ze niet in strijd zijn met de bepalingen van de Awb. Mede om deze reden en om te zorgen voor een zo volledig mogelijk overzicht van bevoegdheden die namens de bestuursorganen worden uitgeoefend, is ervoor gekozen zoveel mogelijk ook de algemene volmachten en de machtigingen in het mandaatbesluit op te nemen. Het Mandaatreglement geldt dan ook voor de uitoefening van die bevoegdheden. Verder is de mandaatlijst op team gerangschikt. De bevoegdheden gelden dan ook alleen voor de gemandateerde met bijbehorende HR 21 functiebenaming van het genoemde team.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel