Naast de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht gelden ten aanzien van de uitoefening van de in het mandaatbesluit opgenomen mandaten de volgende bepalingen.
Bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden neemt de gemandateerde het bepaalde bij of op grond van wetten, besluiten, verordeningen, circulaires, richtlijnen, beleidsregels en algemeen vastgesteld beleid in acht.
Als het college c.q. de burgemeester mandaat verleent ten aanzien van de uitvoering van een bevoegdheid, moet deze opgevat worden in de ruime zin. Naast het nemen van besluiten wordt hieronder in ieder geval verstaan:
het nemen van alle voorbereidingsbesluiten en het verrichten van alle voorbereidingshandelingen;
het uitreiken van bewijs van ontvangst aanvragen e.d.;
het vaststellen van formulieren voor het indienen van aanvragen e.d.
verdagen en/of uitstellen;
verzoeken om aanvullende informatie;
het doorzenden van geschriften tot behandeling waarvan kennelijk een ander bestuursorgaan bevoegd is;
het voeren van correspondentie, die direct te maken heeft met de opgedragen taken;
het stellen van nadere voorwaarden;
het toekennen van bedragen in termijnen;
het afleggen van verantwoording aan het rijk;
het bekend maken van besluiten/beschikkingen;
en alle andere besluiten die genomen moeten worden en alle andere handelingen die moeten worden verricht binnen het kader van de uitvoering van de verleende bevoegdheid.
In het geval van afwezigheid van de gemandateerde kunnen de mandaten worden uitgeoefend door zijn plaatsvervanger of een hogere functionaris.
De gemandateerde dient bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid ervan bewust te zijn dat het op grond van mandaat genomen besluit geldt als een besluit van het bestuursorgaan en dat het in bepaalde gevallen gelet op de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan van belang is hiermee te overleggen.
In het geval een op grond van mandaat, te nemen besluit, inclusief de in punt 2 van dit Mandaatreglement genoemde bevoegdheden, voorzienbaar belangrijke politieke, beleidsmatige of financiële gevolgen heeft of zou kunnen hebben, overlegt de gemandateerde over zijn voorgenomen besluit met de gemeentesecretaris in hoeverre het besluit aan het college van burgemeester en wethouder wordt voorgelegd. De gemeentesecretaris geeft aan wat het vervolg is.
In een op grond van mandaat genomen besluit wordt vermeld namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen. Degene die het besluit in mandaat neemt, ondertekent het besluit namens het bestuursorgaan.
De ondertekening is dan als volgt:
naam bestuursorgaan;
namens deze(n);
handtekening;
naam van de gemandateerde;
functieaanduiding.
Als op grond van deze Mandaatregeling aan een medewerker van de gemeente Assen dan wel aan een budgetverantwoordelijke door het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid is gemandateerd om namens de gemeente te besluiten tot het aangaan van een privaatrechtelijke handeling, dan mandateert de burgemeester aan diezelfde medewerker de bevoegdheid van artikel 171 Gemeentewet om de gemeente daarbij te vertegenwoordigen en de overeenkomst te ondertekenen.
Algemene machtiging wordt verleend aan de Adviseurs III en IV van het team Juridische Zaken, team Bouwen en Wonen en Ondernemen en de Medewerkers ontwikkeling III (juristen) van de teams grondzaken en ruimtelijke plannen ter vertegenwoordiging van de gemeente en haar bestuursorganen in bestuursrechtelijke geschillen bij de rechtbank. Specifieke bevoegdheden die vallen onder de algemene machtiging zijn in elk geval in het schrijven van verweer, het vertegenwoordigen van de bestuursorganen in hoger beroep, en ook alles wat gemachtigde noodzakelijk acht om de belangen van de bestuursorganen zo goed mogelijk te behartigen.
Voor zover de wettelijke grondslag van een bevoegdheid wijzigt zonder dat de bevoegdheid zelf is gewijzigd, blijft het mandaat van kracht.