**1..** De verhuisdatum en de daarbij horende inschrijving in het BRP is in beginsel bepalend voor het moment waarop recht op bijstand in de gemeente Voorne aan Zee ontstaat.
**2..** Ter voorkoming van het niet aansluiten van uitkeringen van de vertrekkende gemeente en onze gemeente, kan in belang van belanghebbende gemotiveerd worden afgeweken van lid 1.
Toelichting op de beleidsregels
Algemeen
Met de bepalingen in dit hoofdstuk wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de voorgestelde aanpassingen in het wetsvoorstel Participatiewet in balans.
Artikel 2.1 Verkorte aanvraag
Het college controleert de juistheid en actualiteit van de gegevens van de aanvrager aan de hand van de voor het college ter beschikking staande bronnen of indien nodig bij de belanghebbende. De belanghebbende hoeft hierdoor alleen informatie aan te leveren over eventuele mutaties in de tussenliggende periode, bijvoorbeeld in geval van verhuizing, scheiding, huwelijk of gezinsuitbreiding. Door de verkorte aanvraagprocedure worden de administratieve lasten voor het college en de belanghebbende verlaagd. Binnen 12 maanden wordt de werkwijze beschreven in dit artikel gevolgd, maar in geest van dit artikel kunnen ook aanvragen na 12 maanden worden ingenomen. Bij een IOAW- of IOAZ-uitkering herleeft het eerder ontstane recht volgens artikel 7 van beide wetten.
Artikel 2.2 Hersteltermijn onvolledige aanvraag
Als belanghebbende van mening is dat hij niet binnen de gestelde termijn aan het verzoek kan voldoen om zijn aanvraag aan te vullen, moet hij binnen de gestelde aanvultermijn om verlenging van de hersteltermijn vragen. Afhankelijk van de omstandigheden wordt een hersteltermijn bepaald.
Artikel 2.3 Ingangsdatum terugwerkende kracht
Het college wordt de mogelijkheid geboden af te wijken van het principe dat aanvraagdatum de ingangsdatum van de uitkering is. Bij het toekennen van bijstand met terugwerkende kracht wordt uitgegaan van het moment waarop het recht op bijstand is ontstaan tot maximaal drie maanden terug. Het criterium “individuele omstandigheden” vraagt om een individuele invulling. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht dat de belanghebbende in de periode voorafgaande aan de melding alles heeft gedaan om volledig zelfstandig in zijn bestaan te kunnen voorzien of een crisissituatie waardoor een te late melding is gedaan. Ook in geval van een oproepcontract, na detentie of echtscheiding kan het wenselijk zijn om bijstand met terugwerkende kracht te verstrekken. Door bijstand eerder dan de meldingsdatum toe te kennen kan worden voorkomen dat inwoners onnodig in schulden terecht komen.
Artikel 2.4 Ingangsdatum na afwijzing Bbz, IOAW of IOAZ
De meldingsdatum van de aanvraag om een uitkering op grond van artikel 78f IOAW of IOAZ wordt ook gehanteerd als meldingsdatum om een uitkering op grond van de Participatiewet als de aanvraag direct na de afwijzing wordt ingediend. Hiervoor dient belanghebbende zich in beginsel onverwijld te melden. Het is aan het college om gemotiveerd aan te geven of belanghebbende zich al dan niet onverwijld heeft gemeld. Er is bewust geen termijn verbonden aan onverwijld, zodat er ruimte blijft voor maatwerk. Als per abuis de verkeerde uitkering is aangevraagd wordt hiermee voorkomen dat de belanghebbende enkele weken tot meer dan een maand ondersteuning misloopt.
Artikel 2.5 Ingangsdatum na afwijzing aanvraag bij andere sociale zekerheidsinstelling
Zie wat hierboven bij Ingangsdatum na afwijzing Bbz, IOAW of IOAZ hierover is gesteld.
Artikel 2.6 Ingangsdatum bij verhuizing vanuit een andere gemeente
Hoofdregel is dat de daadwerkelijke verhuisdatum en de daarbij behorende inschrijving in het BRP bepalend is voor het moment waarop het recht op bijstand van de ene naar de andere gemeente overgaat. In de praktijk is de ingangsdatum bij verhuizing vanuit een andere gemeente maatwerk en wordt er aansluiting gezocht bij de beëindigingsdatum van de gemeente van waaruit belanghebbende is vertrokken zodat er geen inkomensgat ontstaat.