Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Inlichtingenplicht onverwijld/ redelijke termijn

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Voorne aan Zee 2026

1.. Belanghebbende doet volgens artikel 17 lid 1 Participatiewet, artikel 13 IOAW/IOAZ aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. 2.. Onder onverwijld uit eigen beweging verstaat het college dat de belanghebbende de informatie die van belang is voor de (voortzetting) van de bijstand, zo spoedig mogelijk meldt doch uiterlijk binnen 5 werkdagen, gerekend vanaf het moment waarop zich het te melden feit zich heeft voorgedaan dan wel kenbaar werd voor belanghebbende 3.. Hiervoor kan belanghebbende gebruik maken van de door de gemeente beschikbaar gestelde communicatiemiddelen. 4.. Het college bepaalt of een feit of omstandigheid invloed heeft op het recht op bijstand. 5.. Het college informeert belanghebbende over de op hem rustende inlichtingenplicht en ontvangt indien nodig aanvullend advies in ieder geval over het bepaalde in artikel 7.1 Giften en artikel 7.8 Vermogen algemeen van deze beleidsregels. Toelichting op de beleidsregels Artikel 3.1 Inlichtingenplicht onverwijld/ redelijke termijn Een van de uitgangspunten van de Participatiewet in balans is vertrouwen. Dit betekent dat er niet altijd direct sprake zal zijn van schending van de inichtingenplicht. Met name bij giften en het vermogen zal hierdoor niet altijd direct een gift of vermogenstoenname moeten worden gemeld. Hier ligt wel een risico en het is daarom van groot belang dat aan belanghebbende duidelijk wordt uitgelegd wat er van hem wordt verwacht, mogelijk zelfs voorzien van een duidelijk advies. Belanghebbende dient altijd uiterlijk binnen 5 werkdagen alles wat van invloed kan zijn op zijn uitkering en alle wijzigingen in zijn persoonlijke-, gezins- of financiële situatie door te geven, echter rekening houdend met het eventuele advies op basis van lid 5 van dit artikel. Op basis van het advies kan het namelijk zo zijn, dat belanghebbende informatie niet direct hoeft door te geven als dit geen gevolgen heeft voor het recht op bijstand en er sprake is van een schending van de inlichtingenplicht. Dit betreft in ieder geval inlichtingen over: Verkrijgen of wijzigen van inkomsten uit: Werk, uitkering, pensioen of voorlopige teruggave inkomstenbelasting. Verkopen op websites (bv. Marktplaats, Facebook eBay etc.). Gokken (bv. websites, Casino’s). Wijzigingen in het vermogen (niet bij IOAW en IOAZ) rekening houdend met het advies, zoals genoemd in lid 5: Ontvangen van een erfenis. Ontvangen van een schadevergoeding. Ontvangen van een geldprijs. Boedelscheiding. Nieuwe bankrekeningen. Nieuwe spaarrekeningen. Nieuwe beleggingsrekeningen. Nieuwe crypto-rekeningen. Op naam geregistreerde motorvoertuigen (RDW). Afkoop pensioenen Crowdfunding. Het ontvangen van giften, zie ook artikel 7.1 Giften rekening houdend met het advies, zoals genoemd in lid 5: Schenkingen Wijzigingen in de woonsituatie. Verhuizing. Vertrek of komst gezinsleden. Overlijden gezinsleden. Vertrek of komst kostendelers. Samenwoning. Detentie. Verblijf buiten de gemeente meer dan 28 dagen aaneengesloten. Verblijf in het buitenland (bv. vakantie of familiebezoek). De inlichtingenplicht voor belanghebbende geldt ook ten aanzien van zijn/haar partner en zijn/haar inwonende minderjarige kinderen. Het feit dat bij voorbaat al duidelijk is dat een wijziging mogelijk geen gevolgen heeft voor het recht op bijstand, ligt ter beoordeling bij de gemeente. Dit betekent dat belanghebbende ook deze wijzigingen altijd dient door te geven. Het niet of niet tijdig en/of onvolledig verstrekken van deze inlichtingen is schending van de inlichtingenplicht. Belanghebbende kan deze inlichtingen verstrekken via de volgende communicatiemiddelen: het mutatieformulier of op een andere schriftelijke of digitale manier door de gemeente ter beschikking gesteld. Schending van de inlichtingenplicht kan leiden tot een terugvordering en boete.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel